De Decker schreeuwt onschuld uit en roept beroepsgeheim in

De Decker schreeuwt onschuld uit en roept beroepsgeheim in

Voormalig Senaatsvoorzitter Armand De Decker ontkent de feiten waarvoor hij in opspraak is gekomen in het dossier-Kazachgate. Dat heeft hij vandaag benadrukt tijdens een korte verklaring in de onderzoekscommissie. Voor het overige voerde hij aan dat hij als advocaat gebonden is door het beroepsgeheim, waardoor de commissie niet anders kon dan de vergadering beëindigen. Er werd al lang reikhalzend uitgekeken naar de verschijning van minister van Staat De Decker voor de onderzoekscommissie. Die duurde al bij al een tiental minuten. Daarin herhaalde hij zijn kritiek op de werkzaamheden van de onderzoekscommissie en schreeuwde hij zijn onschuld uit. “Ik betwist vigoureus de feiten die me worden aangewreven”, luidde het.

De Decker benadrukte nooit te zijn tussengekomen in de totstandkoming van de wet op de verruimde minnelijke schikking. Over de toepassing van de wet zelf, dus de schikking die Patokh Chodiev kon regelen, repte hij met geen woord. Daarvoor riep hij zijn beroepsgeheim als advocaat van Chodiev in.



Wel verwees De Decker naar de rol van de diamantsector bij het schrijven van de wet en naar de “belangrijke rol die CD&V heeft gespeeld waardoor de diamantsector een erg grote invloed kon uitoefenen op de wet die in 2011 in het parlement is goedgekeurd”. Commissievoorzitter Dirk Van der Maelen had daarover vanmorgen uitspraken gedaan op de Franstalige radio, waar De Decker dus graag gebruik van maakte.

Nadien stelde De Decker dat hij als advocaat het beroepsgeheim moet respecteren en moet weigeren vragen te beantwoorden over zijn cliënt, zijn confraters, zijn relaties met de rechterlijke macht en andere spelers, en over de modaliteiten van de schikking zelf. Daarop vroeg hij de toelating om de zaal te verlaten. Meteen was de zitting afgelopen.

bron: Belga