Karin Slaughter: "Wapens geven me vals gevoel van veiligheid"

Karin Slaughter
Foto M. Brester

‘Goede dochter’ is al de zeventiende thriller die de Amerikaanse Karin Slaughter in ongeveer evenveel jaren schreef. De Queen of Crime weet niet alleen haar boeken in een moordend tempo neer te pennen, maar ook te verkopen. Wereldwijd gingen er al meer dan 35 miljoen exemplaren over de toonbanken.

“Ik ben altijd al gefascineerd geweest door misdaden. Toen ik opgroeide in Atlanta, was er een seriemoordenaar die het gemunt had op Afro-Amerikaanse kinderen. Hoewel ik kilometers verder woonde en niet in het profiel paste, heeft het toch mijn hele leven veranderd. Ik mocht niet alleen fietsen, moest op een bepaald uur thuis zijn en mijn ouders moesten te allen tijde weten waar ik was. Nog interessanter dan de misdaden zelf, vind ik de invloed die ze hebben op mensen en gemeenschappen.”

In je boeken kaart je maatschappelijke problemen aan. Zie je jezelf als activist?



“Ik zie mezelf eerder als een sociale chroniqueur, want ik geef geen kritiek of deel mijn mening niet. In de plaats daarvan hou ik de maatschappij een spiegel voor, wat volgens mij de taak is van een misdaadauteur. Kijk naar de boeken van Charles Dickens of ‘The Great Gatsby’ en ‘To Kill a Mockingbird’. Daarin komt telkens een moord of een andere vorm van misdaad voor. Het is de ideale manier om de maatschappij onder de loep te nemen.”

Neem je echt geen standpunt in? ‘Goede dochter’ lijkt me een pleidooi tegen de doodstraf.

“Iemand anders zal dat net omgekeerd ervaren. Ik vind het belangrijk dat de lezers niet beïnvloed worden door mijn politieke voorkeur. Ze moeten het boek onbevangen lezen. Ik ben trouwens een voorstander van Hillary Clinton en absoluut geen fan van Trump, maar in uitzonderlijke gevallen vind ik de doodstraf gerechtvaardigd.”

Wanneer dan?

“De terrorist die de aanslag pleegde tijdens de marathon in Boston bijvoorbeeld. Ik vind wel dat staten er niet zelf over mogen beslissen, dat moet enkel de bevoegdheid van de federale regering zijn. Als jij als crimineel terechtkomt in een kleine stad, is de kans veel groter dat je de doodstraf krijgt. Er is gewoon minder geld en je krijgt waarschijnlijk een advocaat aangesteld die nog nooit een gelijkaardige zaak behandelde. Op het federale niveau zijn er veel meer middelen. Ik ben dus voorstander in uitzonderlijke gevallen, maar het is wel degelijk een straf en mag niet als afschrikmiddel gebruikt worden.”

Is een levenslange gevangenisstraf niet al erg genoeg?

“Toch wel, zeker in Amerika, waar er supermax prisonszijn. Er is er zelfs een die zich helemaal onder de grond bevindt. De gevangenen zien nooit het zonlicht. Wekelijks mogen ze een uur uit hun cel komen, ze kunnen nooit met niemand praten en krijgen geen medicatie voor psychische problemen. Is de doodstraf dan zo veel onmenselijker dan moeten leven in dergelijke omstandigheden? Ik denk het niet…”

Een ander issue dat wij in Europa moeilijk begrijpen, is wapenbezit. Leg dat eens uit.

“Ik heb er zelf twee, dus ik ben niet tegen wapenbezit. Het moet wel beter gereguleerd worden. Wie er een wil hebben, zou moeten bewijzen dat hij er voorzichtig mee zal omgaan. Heel wat Amerikanen hebben een pistool, maar gebruiken het nooit. Zo gaan ze nooit oefenen in de range en slingert het thuis rond, waardoor het gestolen wordt of kinderen ermee spelen. Dat is pas gevaarlijk. Het ergste is dat de National Rifle Association (NRA) de regels nog soepeler wil. Volgens de organisatie zouden zelfs geesteszieken of veroordeelden een wapen moeten kunnen hebben. Dat is absurd natuurlijk. Als de regering morgen beslist om alle wapens te verbieden, zou ik met veel plezier die van mij inleveren.”

Waarom heb je er dan?

“Omdat ik erover schrijf. Ik moet weten hoe het werkt. Een andere reden is dat het me een gevoel van veiligheid heeft. Als ik schrijf, trek ik me terug in een afgelegen hut. Ik voel me dan veiliger als ik mijn wapens meeneem. Dat is natuurlijk belachelijk aangezien de kans dat er mij iets in de stad overkomt veel groter is. Het is dus eerder een vals gevoel van veiligheid.”

In ‘Goede dochter’ nemen twee advocaten het op voor de kleine man in de straat. Daar schuilt toch wat activisme in?

“Ook hier klaag ik een systeem aan. In Amerika wordt de aanklager verkozen door het volk. Om hun goedkeuring te hebben, stellen kandidaten zich bikkelhard op en worden mensen zwaar gestraft. Een jongere die betrapt wordt met een zak weed in zijn auto, kan bijvoorbeeld vijf tot tien jaar opgesloten worden in de cel.”

Als je op tijd je achttiende boek klaar wil hebben, moet je nu al aan bezig zijn. Is dat zo?

“Ik ben er voortdurend mee bezig. Ik heb altijd verschillende verhaallijnen in mijn hoofd. Als ik aan het reizen ben, krabbel ik altijd verschillende ideeën neer en thuis leg ik al die puzzelstukken dan bij elkaar. Zodra ik aan mijn schrijftafel zit, gaat het heel snel.”

Het moet er bijzonder chaotisch aan toe gaan in jouw hoofd.

“Dat is ook zo. Onlangs moest ik medicatie nemen omdat ik rugproblemen had. Daardoor verdwenen voor het eerst in mijn leven alle verhalen uit mijn hoofd. Dat was verschrikkelijk, want ik was mezelf niet meer. Ik zou nog liever pijn lijden dan het zonder die verhalen te moeten doen.”

Heleen De Bisschop

RECENSIEOVERZICHT
Goede Dochter