Alt-J: "Ik voel me naakt als ik moet zingen voor een publiek"

De tickets voor hun show in De Kreun vlogen in enkele luttele seconden de deur uit. Teleurgestelde fans kregen het afgelopen weekend een herkansing op Rock Werchter, waar Alt-J na Radiohead en Foo Fighters het uitkijkpunt van het festival was. Wij strikten de lads uit Leeds voor een praatje vlak voor hun concert op de Main Stage.

Rock Wechter is één van de grootste festivals en Europa. Hebben jullie last van gierende zenuwen vlak voor zo’n concert?



Joe Newman: “Nee, we staan behoorlijk stevig in onze schoenen. Onze show in De Kreun twee weken geleden was een soort van generale repetitie. Daarna hebben we onze nummers her en der nog wat gefinetuned. We zijn nu behoorlijk zeker van onze zaak.”

Dat is nochtans ooit anders geweest. Joe, ik heb me laten vertellen dat jij doodsangsten uitstond wanneer je moest zingen.

Joe: “Ja, klopt. Ik heb eigenlijk nooit de ambitie gehad om een zangcarrière te starten. Ik vond mijn stem weinig soeps.”

Gus Unger-Hamilton: “Daar ben ik het helemaal mee eens. Zeker wanneer je dronken bent, dan trekken je zanglijnen op niets.” (lacht)

“One night stands zijn ons ding niet”

Joe: “Ik wist ook niet of ik de behoefte had om mijn stem te delen met de rest van de wereld. Als je zingt, ben je heel kwetsbaar. Zingen voor een publiek is te vergelijken met je kleren voor het eerst uitrekken voor iemand anders. Op zo’n momenten wil je jezelf liever verstoppen onder een steen. Gelukkig ben ik die angst intussen kwijt. Het zaadje der onzekerheid in mijn hoofd is uitgegroeid tot een soort boom van vertrouwen.” (lacht opnieuw)

Wat een mooie beeldspraak. Die ontbreekt trouwens ook niet in jullie muziek: jullie nummers bevatten een triljoen verwijzingen naar andere boeken en films. Was is er mis met een eenvoudig liefdeslied, zonder meer?

Gus: “Muziek alleen is niet voldoende om de aandacht van het publiek vast te houden. Je moet echt een hele wereld creëren voor je fans. Die referenties zijn voor ons een manier om onze luisteraar mee te nemen in onze wereld. We laten hen zien wat ons inspireert. Wie weet raken ze er zo zelf door geïnspireerd.”

Joe: “Je kan het ook beschouwen als een soort culturele opvoeding die we hen gratis verschaffen.”

Het nummer ‘3WW’ op jullie nieuwe plaat ‘Relaxer’ is een deel van die culturele opvoeding. Het gaat over seks en one night stands. Waar hebben jullie de mosterd voor dat nummer gehaald?

Gus: “(lachend) Sneaky vraag! Maar we zijn niet echt het soort mannen dat one night stands bij de vleet heeft.”

Joe: (bazelt onverstaanbaar in de hoop dat het onderwerp snel passeert)

Gus: “De regels ‘Well that mell of sex / Good like burning wood / The wayward lad lay claim / To two thirsty girls form Hornsea / Who left a note when dawn came’ zijn geïnspireerd op het verhaal van een vriend van ons die ontmaagd werd tijdens een kampvuur. Tot op de dag van vandaag denkt hij terug aan zijn ontmaagding wanneer hij de geur van een kampvuur ruikt. Sommige herinneringen uit je tienerjaren zijn nu eenmaal heel sterk.” (lacht)

Met ‘Relaxer’ zijn jullie een totaal nieuwe richting in geslagen. Toch hebben jullie opnieuw met jullie vertrouwde producer van de eerste twee platen gewerkt. Jullie hadden geen nood aan een frisse wind?

Gus: “Nee. Charli (Charles Andrew, red.) is te vergelijken met je favoriete koffiebar in een stad. Zodra je weet dat ze daar de beste koffie serveren, ga je nergens anders meer. Ook niet wanneer je een andere smaak wil proberen.”

Heeft het jullie zelf dan geen bloed, zweet en tranen gekost om deze nieuwe sound te creëren?

Joe: “Nee, de puzzelstukjes zijn redelijk spontaan op z’n plaats gevallen. We zijn sowieso geen groep die duizend nummers schrijft en daar vervolgens 99 procent van weggooit. Het merendeel van onze ideeën is levensvatbaar. En als er toch ideetjes zijn die sneuvelen bij een nummer, dan recupereren we ze vaak later voor ander werk.”

Gus: “Vergelijk het met het slachten van koe: elk deel van het beestje wordt opgegeten en verwerkt. We zouden perfect een boerderij kunnen runnen in plaats van een band.” (lacht)

En dat brengt ons gelijk bij de laatste vraag. Gus, jij bent niet alleen een begenadigd muzikant, maar ook een begeesterd kok. Je hebt intussen ook je eigen restaurant geopend. Hoe vind je daar in godsnaam nog de tijd voor?

Gus: “Tussen onze tours geniet ik ervan om in de keuken te staan. Ik heb er altijd al van gedroomd om een eigen restaurant te openen. Eigenlijk verschilt het runnen van een restaurant niet zoveel met het runnen van een band. Je creëert één keer iets, of dat nu een recept of een nummer is, en vervolgens reproduceer je dat nummer een oneindig aantal keer. Mensen denken altijd dat je als muzikant creatief bezig bent, maar het creatieve proces is eigenlijk heel beperkt. Zodra je plaat of je muziek af is, is het vooral ontzettend hard werken. En dat is exact hetzelfde bij het uitbaten van een restaurant.”

 

Mare Hotterbeekx