‘Ce qui nous lie’: de nieuwe film van Cédric Klapisch over wijn en familiegeheimen

Sinds ‘Le Péril Jeune’ uit 1994 is Cédric Klapisch een klinkende naam in de Franse cinema. Hij nam de stedelijke jeugd vanuit alle invalshoeken onder de loep, van Barcelona (‘L’Auberge espagnole’) en Parijs tot in Moskou (‘Les Poupées russes’) en New York (‘Casse-tête chinois’). Voor zijn nieuwe film laat hij voor het eerst de stad achter zich en trekt hij naar het platteland, richting de wijngaarden van Bourgogne. Maar je hoeft gelukkig geen sommelier te zijn om van ‘Ce qui nous lie’ te genieten. Een film over wijn, maar vooral over familie en volwassen worden.

“Wijn is mijn vader”, zeg je in het persdossier. Het is dus een heel persoonlijke film geworden?

“Vreemd genoeg wel, ja. De wijncultuur staat mijlenver af van mijn Parijse leventje… Wat interessant is aan een film maken over wijn, is dat het een metafoor is voor veel dingen. Ik wou vooral praten over mijn relatie met mijn vader. Dat doe ik wel via een serieuze omweg, want de relatie tussen Jean en zijn vader in de film heeft niks te zien met die van mij. Maar ik wou het over vader-zoonrelaties in het algemeen hebben. Ik heb het gevoel dat er altijd wel iets is dat je je vader nog niet verteld hebt.” (lacht)

En aan je moeder? Want mannen worden vaak nog grootgebracht met het idee dat je niet over je gevoelens praat.



“Ja, en bovendien zijn ze vaak afwezig… Het is waar dat de relatie met je moeder over het algemeen het tegenovergestelde is. Die is vaak wat té aanwezig (lacht). Daarover ging ook ‘L’Auberge espagnole’, over een relatie waar er net nood was aan afstand. Met de vader is die afstand vaak te groot. Maar op een bepaald moment moet je je uitdrukken en zaken oplossen.”

'Ce qui nous lie'
Foto Emmanuelle Jacobson-Roques

Het gaat dus niet letterlijk over wijn, maar we leren wel veel over hoe die gemaakt wordt. En het is niet alleen voor kenners.

“Ik ben heel tevreden over hoe de film onthaald is. Heel wat mensen vertelden me: “Ik drink geen wijn, dus ik was bijna niet gaan kijken.” Maar uiteindelijk vonden ze hem wel goed (lacht). En de wijnbouwers die de film gezien hebben, waren enthousiast omdat het de kenners niet tegen de schenen schopt.”

Je hebt een jaar lang gedraaid en de wijnoogst gevolgd. Hoe heb je je voorbereid?

“Ik heb heel veel wijnbouwers ontmoet. Dat zijn echt speciale mensen. Ze hebben een heel concrete band met wat ze doen. Ze kweken geen koeien of hebben geen bietenvelden. Ze hebben een andere, ancestrale band met de aarde. Er is iets poëtisch aan hun manier van zijn. Het is ongelofelijk hoe goed ze praten over wat ze doen. In de Bourgogne, waar we gefilmd hebben, voel je dat heel erg. We hebben vooraf ook veel foto’s gemaakt, research gedaan naar de wijnbouwers, hoe ze leven op het ritme van de seizoenen, of ze al dan niet biowijn maken…”

“Er is altijd wel iets dat je niet tegen je vader gezegd hebt”

Jean-Marc Roulot, die Marcel vertolkt, speelde een belangrijke rol in het ontstaan van de film.

“Jean-Marc is de enige acteur in Frankrijk die ook wijnbouwer is. Hij heeft het domein van zijn vader geërfd toen hij acteur werd, en heeft dan maar beslist allebei te doen. Ik heb hem ontmoet tijdens de casting voor mijn eerste film, ‘Riens du tout’. Toen heeft hij het niet gehaald, maar hij vertelde me dat hij wijn verbouwde… Dus ben ik wat later wijn bij hem gaan kopen (lacht)! Dat heb ik gedurende 25 jaar gedaan en toen ik deze film wou maken, heb ik hem gebeld. Hij was een waardevolle gids.”

Hij vormt een contrast met dat groepje dertigers, die in zekere zin de toekomst belichamen…

“Ja, ik wou het ook over de jonge wijnbouwers hebben. Wijn roept nog vaak een ‘oude’ wereld op, terwijl er nu een hele generatie is die het compleet anders doet dan haar ouders. Mensen van 25-30 jaar die een bijzondere visie hebben op de terugkeer naar het land, wijnbouw en vinificatie. Ik wou tonen dat wijn ook een ‘hippe’, moderne kant kan hebben.”

Daar staat Juliette centraal. Het is vooral zij die het domein en de oogst beheert en de beslissingen maakt.

“Dat was de bedoeling ja. Enerzijds zijn haar twee broers heel viriel, naar het imago van de wijnbouwwereld. Maar tegelijkertijd helpen ze hun zus te worden wie ze is. Ze vertrouwen elkaar. Ik heb zelf twee zussen, en dat is voor mij broeder- en zusterschap.”

‘Ce qui nous lie’
Foto Studiocanal

Heeft deze film je ook iets geleerd over jezelf?

“Ja, veel. Over plezier, bijvoorbeeld. Ik weet nu dat wijn en films maken hetzelfde is: plezier geven en delen. Ik heb nog nooit zo’n happy set beleefd. Het bewijst dat je niet moet lijden om iets interessants te maken!”

Misschien omdat het je eerste film in de natuur is?

“Misschien wel ja!”

Elli Mastorou

RECENSIEOVERZICHT
‘Ce qui nous lie'