Belgische merken veroveren de Nederlandse markt

Dat Hollandse mode scoort in België wisten we al langer. Denk aan Scotch & Soda, Denham, Gaastra, C&A, G-Star Raw of Van Bommel. Toch moeten we niet onderdoen voor onze succesvolle noorderburen. Belgische labels zoals Wouters & Hendrix, Who’s that girl, Essentiel en Nathalie Vleeschouwer winnen in Nederland steeds meer terrein.

De Negen Straatjes

Afgelopen maand opende het befaamde Antwerpse juwelenmerk Wouters & Hendrix een eerste winkel in Amsterdam, in de bekende shoppingwijk De Negen Straatjes. Op het eerste gezicht geen groot nieuws, maar het illustreert perfect het groeiend succes van Belgische mode in Nederland. “We hebben de afgelopen jaren een grote Nederlandse fanbase opgebouwd” vertelt Elise Taillieu, CEO van Wouters & Hendrix.



“Ook Nederlandse journalisten en stylisten wisten ons steeds te vinden voor stylings en shoppings. We wilden die fans dichterbij huis kunnen bedienen. Amsterdam is eigenlijk vlakbij, maar tegelijkertijd een volledig andere wereld. De stad heeft een kosmopolitische vibe en speelt mee op wereldniveau. We zochten een locatie waar zowel locals als internationale bezoekers graag vertoeven en die hebben we in de Oude Spiegelstraat in De Negen Straatjes gevonden.”

Ook Essentiel en Who’s That Girl hebben enkele straten verder hun eigen winkel, een logische keuze volgens Catherine Talpe, designer van Who’s that girl “Die Amsterdamse wijk past ontzettend goed bij het kleurrijke DNA van ons merk. Het is een alternatieve, gezellige en sympathieke buurt. Je kan onmogelijk met een opvallend merk als het onze op iedere hoek van de straat liggen, gezien onze klanten toch graag uniek zijn. Kleine aantallen zijn echter moeilijk te produceren, vandaar dat we zeker moeten exporteren. Voor een klein, startend bedrijf is Nederland dan bijna een vanzelfsprekendheid.”

Hollandse smaken en maten

Inge Onsea (foto midden), de vrouw achter Essentiel, merkt op dat de stijl van de Nederlandse vrouw veranderd is. “Ofwel had je vroeger de heel praktische mode voor de vrouw op de fiets ofwel de stijl van voetballersvrouwen. Dat is intussen gelukkig anders. Het heeft even geduurd, maar we zijn er de laatste jaren echt aan het boomen. We hebben twee winkels in Amsterdam, een winkel in Maastricht en eentje in ’s-Hertogenbosch.” Scoren in Nederland betekent evenveel als je aanpassen aan de plaatselijke cultuur en smaak. Toch zijn de meningen verdeeld over hoe we ons moeten gedragen in een Nederlandse context. Zo spreekt Wouters & Hendrix eerder een type vrouw aan dan een specifieke nationaliteit. “We zien bij al onze fans wereldwijd dat het vrouwen zijn die vakmanschap appreciëren en houden van juwelen met een subtiele twist.”

Voor Who’s that girl liggen de zaken anders. “Onze aanwezigheid in Nederland heeft onze algemene pasvorm beïnvloed. We passen onze collecties door op vrouwen met ‘borsten en billen’. Bij korte mouwen houden we altijd rekening met kloeke bovenarmen. En hoewel je het tegendeel zou vermoeden, kopen Nederlanders absoluut geen oranje.” (lacht)

Hollandse directheid

Dat Nederlanders geen blad voor de mond nemen, botst af en toe met de Belgische attitude. “Bij de eerste presentatie met onze agent was ik zo ontdaan, dat ik weigerde het volgende seizoen te presenteren” vertelt Catherine Talpe. “Het heeft veel diplomatieke gesprekken gevergd, maar nu start iedere Nederlandse kritiek met een zachtere toon.” Bij Wouters & Hendrix slaat die Hollandse openheid best aan. “Nederlanders ervaren veel minder een drempel om de winkel binnen te stappen en een kijkje te nemen. Klanten vertellen ook heel ongegeneerd wat ze wel en niet mooi vinden.”

Volgens Inge Onsea weten Nederlanders ook perfect wat ze willen. “Onze mix and match cultuur vinden ze heel erg leuk. Ze durven niet alleen meer, ze hebben goede smaak en spenderen ook meer, vooral dan onze Nederlandse klanten in Antwerpen en Knokke. Ze kopen echt volledige ensembles aangevuld met accessoires. Maar wat die directheid betreft, ook wij Belgen zijn tegenwoordig niet meer op ons mondje gevallen. We zijn nog altijd terughoudender, maar we zullen er wel geraken. (lacht)”.

Door Arne Rombouts