MOVIES. ‘It Comes At Night’ speelt met je zenuwen en verbeelding

'It Comes At Night' speelt met je zenuwen en verbeelding
Foto R.V.

Twee gezinnen zitten opgesloten in een huis midden in het bos. Buiten loert ’s nachts een onzichtbaar gevaar. Of zit het al binnen? ‘It Comes At Night’ is een postapocalyptische thriller waarin wantrouwen heer en meester is. Een film die speelt met je geduld, je zenuwen en je verbeelding. Achter de camera staat Trey Edward Schults, een jonge veelbelovende Amerikaanse regisseur die zich liet inspireren door de donkerste kantjes van de mens: dood, genocide… en Bruegel.

Deze film is ontstaan uit rouw, na de dood van je vader, met wie je een moeilijke relatie had. Is het zwaar om over die periode te praten?

Onze familie is onze stam

Trey Edward Schults: “Ik vroeg me af of ik er openlijk over moest praten of niet. Ik besef nu dat ik moeilijk over de film kan praten zonder het daarover te hebben, want dat was echt het startpunt. Maar ja, het voelt raar, zelfs al denk ik dat mijn rouwperiode achter de rug is. Het moeilijkste is niet eens erover praten, maar de film zien.”

Heb je er onlangs nog naar gekeken?



“Vorige week was er een avant-première in New York en ik heb samen met mijn moeder gekeken omdat die hem nog niet gezien had. Verschrikkelijk. Natuurlijk is het niet letterlijk autobiografisch. Ik heb het allemaal verdund met fictie. Maar het herinnert me aan de staat waarin ik was toen ik het scenario schreef. Geen leuke herinnering. Het klinkt misschien wat pretentieus, maar deze film maken was een artistiek pijnlijke ervaring. Het voelde alsof ik mijn innerlijke demonen moest verjagen. Nu dat gebeurd is, kan ik verder.”

Als je de film moet samenvatten in één vraag, wat denk je dan van ‘Hoever zou jij gaan om je familie te beschermen’?

“Ja, perfect. Wat de film probeert te vertellen, is dat je soms te ver kan gaan en dat je daar een prijs voor betaalt. Ik zie de film als een waarschuwing, maar hij staat ‘open’ voor verschillende interpretaties.”

Je eerste film ‘Krisha’ ging over een pijnlijke familiereünie. Staat het gezin centraal in je cinema?

“Families fascineren me, ja. Ze zijn een onuitputtelijke bron van verhalen en exploraties. Je vindt er het volledige palet van menselijke emoties. Van liefde tot haat. Ik hou zielsveel van mijn familie, maar ik kan ze ook hartgrondig haten. Sommige families vertellen alles aan elkaar, andere begraven al hun geheimen. ‘The Shining’, een film die mij sterk beïnvloed heeft, gaat ook over een kapot gezin. Maar ik had nog nooit twee gezinnen gezien die elkaar in de haren vliegen. Dat was wat ik wou verkennen. En in die tijd las ik ook veel boeken over genocide…”

Was dat ook een inspiratiebron?

“Ja, ik ben gefascineerd door genocide. Hoe gewone mensen zulke vreselijke dingen kunnen doen. Die mentaliteit van de meute, de stam, die sinds mensenheugenis zit ingebakken. Hoe de geschiedenis zich herhaalt en dezelfde verschrikkelijke fouten begaat… Dat leidde me tot de bedenking: Onze familie is onze stam. Als morgen alles instort, wat zou er dan gebeuren tussen die twee stammen in dat huis?”

Vanwaar komt het idee van de Bruegel-schilderijen?

“De ranch van mijn grootouders midden in Texas, waar ik ben opgegroeid, was de inspiratiebron voor het huis in de film. Mijn opa werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangengenomen maar kon ontsnappen. Mijn oma had het altijd over het verschil tussen de man voor, en de man na die gebeurtenis. Hij was een vrij koude man, die zich uitdrukte op de muren van het huis. Boven de schouw hingen twee wapens en een schilderij van Bruegel, ‘Jagers in de sneeuw’. Als kind was ik gefascineerd door dat schilderij. Later heb ik het geërfd en nu hangt het nog altijd in mijn kamer. Toen ik de cinema ontdekte, deden films als ‘Solaris’ of ‘Melancholia’ me denken aan die sfeer. Ik heb een boek over Bruegel gekocht en daarin viel mijn oog op ‘De triomf van de dood’, dat hij maakte tijdens de periode van de Zwarte Dood. Ik wist meteen dat het perfect voor deze film was! Dat schilderij, het verdriet om de dood van mijn vader en de boeken over genocide zijn de drie belangrijkste bronnen van deze film.”

Je hebt al samengewerkt met grote regisseurs als Terrence Malick (‘The Tree of Life’) en Jeff Nichols (‘Take Shelter’). Wat heb je van hen geleerd?

“Ik heb hen geobserveerd om zoveel mogelijk te leren. Ik ben gek van hun werk. Wat ik van Jeff heb onthouden, is wat voor een goed mens hij is. Ik was een snotaap die zijn eerste kortfilm maakte en op een avond gaf ik hem een lift naar huis. Hij stelde vragen, gaf me zijn e-mailadres en heeft mijn film bekeken. Hij heeft me veel geholpen. Terrence Malick inspireerde me vooral met zijn onorthodoxe benadering van de cinema. Ik heb zoveel mogelijk van zijn creatieve energie proberen opslorpen. Terry en Chivo (Emmanuel Lubezki, de Oscar-winnende director of photography van ‘Birdman’ en ‘The Revenant’, red.) samen in actie zien, is fantastisch. Soms zijn het gewoon twee kleine kinderen met een camera!” (lacht)

Elli [email protected]