“Twee keer per dag wordt dader van een misdrijf geïdentificeerd via DNA”

“Gemiddeld twee keer per dag kunnen we via een DNA-spoor een persoon identificeren die op een plaats van delict aanwezig was”, zegt Jan De Kinder, directeur van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), een federale wetenschappelijke instelling van de FOD Justitie. Net deze week, nu de DNA-gegevensbank precies vijftien jaar bestaat, is het vijftigduizendste staal ingevoerd in de databank. Een sigarettenpeuk of een vingerafdruk op een deurklink kunnen volstaan om een DNA-profiel op te stellen. Die worden in de centrale DNA-databank van het NICC ingevoerd en dan kan de zoektocht naar de dader een doorbraak bereiken. Elke week worden er via de databank gemiddeld veertien DNA-sporen aan een persoon of een ander misdrijf gelinkt, waardoor er een doorbraak mogelijk is in onopgeloste strafdossiers. Elke maand komen er gemiddeld 320 nieuwe sporen bij.
Naast de 50.000 sporen die zijn aangetroffen op de plaats van een misdrijf, beheert het NICC ook al meer dan 42.000 DNA-stalen van veroordeelden. De lijst van misdrijven waarvoor criminelen een DNA-staal moeten geven, werd drie jaar geleden uitgebreid. Naast moord, gijzeling of aanranding komen nu ook inbraak en mensenhandel in aanmerking.
Zowat 39 procent van alle profielen in de databank gaat om diefstal met braak. Daarna volgt diefstal met geweld (22 procent). In 13 procent van de gevallen gaat het om zedenfeiten. Ook opmerkelijk: de DNA-profielen zijn voor 90 procent afkomstig van mannen en voor 10 procent van vrouwen.

bron: Belga