Unia opent bijna iedere dag dossier over haatboodschappen in media

Bijna iedere dag opent Unia, het voormalige gelijkekansencentrum, een dossier over haatboodschappen in de media. Vorig jaar waren het er 334. Dat is een van de opvallende cijfers uit het jaarverslag van Unia, dat donderdag werd voorgesteld. Volgens Unia gaat het in 83 procent van de gevallen om onlineboodschappen, vooral verspreid op sociale media en discussiefora. In 2016 opende Unia 276 dossiers rond discriminatie of aanzetten tot haat in dit domein. “Terwijl in 2015 haatboodschappen vooral gericht waren tegen vluchtelingen, waren ze in 2016 voornamelijk gericht tegen een amalgaam van vreemdelingen/moslims en terroristen gelinkt aan de aanslagen”, klinkt het in het cijferverslag.

Het aantal haatboodschappen in de media nam wel af ten opzichte van 2015 – toen waren het er 365 – enigszins in tegenstelling tot wat soms aangenomen wordt. “Dit heeft wellicht te maken met onze nieuwe strategie”, zegt Unia-directeur Els Keytsman. “We roepen mensen die dergelijke haatboodschappen zien op om er zelf op te reageren, en ze te rapporteren aan de aanbieders van sociale media. Ook vragen we dat moderators van discussiefora ingrijpen. Het is belangrijk om de mensen die er het slachtoffer van zijn te steunen.”



De nieuwe strategie vertrekt vanuit de vaststelling dat Unia niet zelf het internet kan screenen op dergelijke boodschappen. Keytsman benadrukt dat “we haatpraat samen moeten aanpakken”. Ze zegt ook veel te verwachten van de zogenaamde Internet Referral Unit (IRU), die opgericht werd door minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon en actief op het internet speurt naar haatboodschappen.

bron: Belga