Twintig lidstaten gaan voor Europees parket

Twintig lidstaten gaan voor Europees parket

België en negentien andere lidstaten van de Europese Unie gaan een Europese openbare aanklager in het leven roepen die gesjoemel met Europees belastinggeld moet onderzoeken en vervolgen. De ministers van Justitie raakten het donderdag in Luxemburg eens over de rol en de bevoegdheden van de aanklager. De openbare aanklager krijgt de bevoegdheid om fraude met Europees geld, en andere misdaden die de financiële belangen van de EU schaden, te onderzoeken en te vervolgen. Het bureau van de aanklager zal gevestigd worden in Luxemburg. Hij of zij krijgt vooral een coördinerende en superviserende rol. In elke lidstaat zal een gedelegeerde aanklager het werk op het terrein verrichten, in overeenstemming met de nationale wetgeving.

Over de oprichting van een Europees parket wordt al jaren gesproken. Gesjoemel met Europese structuurfondsen of grootschalige grensoverschrijdende btw-fraude vormen vaak immers ingewikkelde dossiers die geen sinecure zijn voor nationale parketten. Het Europese antifraudebureau Olaf kan dan weer enkel administratief onderzoek doen en de zaak nadien doorspelen aan de nationale autoriteiten die beslissen over vervolging.



Landen als Nederland, Zweden, Polen en Hongarije bleven zich om soevereniteitsredenen echter kanten tegen de oprichting van een Europees parket. Dit voorjaar besloten België en een aantal andere lidstaten om de impasse te doorbreken met een procedure van versterkte samenwerking. Die maakt het mogelijk de plannen uit te voeren met een beperkter aantal landen.

Momenteel zijn België, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Estland, Duitsland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Letland, Litouwen, Luxemburg, Portugal, Roemenië, Slovenië en Slovakije aan boord. Italië en Oostenrijk hebben aangegeven dat ze zich nog zullen aansluiten bij het initiatief. Bedoeling is dat er met de andere lidstaten samenwerkingsakkoorden worden gesloten.

Het Europees Parlement moet zijn fiat nog geven. Dat gebeurt allicht nog voor het zomerreces, zodat de ministers het dossier in oktober kunnen afhameren. Nadien krijgen de deelnemende lidstaten drie jaar tijd om hun wetgeving aan te passen. Voor 2020 zal de Europese aanklager dus alleszins niet aan de slag gaan.

bron: Belga