Reprobel maakt aanspraak op “meerdere miljoenen” na arrest in zaak Hewlett Packard

Reprobel, de Belgische beheersvennootschap die de reprografievergoedingen int en verdeelt onder uitgevers en auteurs, meent aanspraak te kunnen maken op miljoenen euro’s van importeurs van kopieermachines. Voor het Brusselse hof van beroep heeft Reprobel naar eigen zeggen immers gelijk gekregen in een rechtszaak tegen fabrikant Hewlett Packard Belgium. Over de Belgische regels rond auteursrecht woedt al een hele tijd een juridische strijd. Hewlett-Packard verzette zich tegen de regels waarbij de fabrikant of invoerder van een printer een forfaitair bedrag moet betalen bij de invoer. De hoogte van het bedrag werd bepaald door de maximumprintsnelheid van het apparaat. Ten tweede moest de gebruiker een evenredige vergoeding betalen op basis van het aantal gemaakte kopieën. HP was het daar niet mee eens.

De zaak kwam in 2015 voor het Europese Hof van Justitie, dat stelde dat de Belgische regels in strijd waren met de EU-wetgeving. Het Europees Hof maakte onder meer een probleem van de forfaitaire vergoeding die in de Belgische wetgeving is ingeschreven en van het feit dat er een deel van de vergoeding wordt toegekend aan de uitgevers.



Zoals steeds bij een prejudiciële vraag is het echter aan het hof van beroep om het Europese arrest toe te passen. Reprobel zou nu dus alsnog gelijk gekregen hebben. “Het hof bevestigt zonder meer dat de vergoeding van de uitgevers rechtmatig is en de eigen compensatie van de auteurs niet aantast. Hetzelfde geldt voor het criterium van de (objectieve) snelheid als tariefbasis voor de vergoeding. Ook acht het hof de vergoeding voldoende gemoduleerd in functie van het type gebruiker (privé of professioneel), en is het verder van het oordeel dat de Belgische regeling richtlijnconform kan worden geïnterpreteerd wat de reproducties van bladmuziek en de reproducties uit een illegale bron betreft.”

De enige schending van het Europese recht die het hof van beroep volgens Reprobel vaststelde, is dat professionele gebruikers zowel een apparatenvergoeding als een vergoeding voor de fotokopieën moesten betalen terwijl er geen terugbetalingsmechanisme bestond. “Omdat de relevante bepalingen van de achterliggende Europese richtlijn niet duidelijk, precies en onvoorwaardelijk zijn, missen ze echter elke rechtstreekse werking. Die bepalingen kunnen het buiten toepassing verklaren van het (oude) Belgische recht inzake reprografie dan ook niet rechtvaardigen.”

Het arrest veroordeelde HP Belgium tot het betalen van 1 euro provisioneel aan Reprobel. De fabrikanten waren na het EU-arrest in 2015 gestopt met het betalen van de vergoedingen. Bovendien kunnen er nog gevolgen zijn voor de vegoedingen die sinds 2002 betaald zijn, klinkt het bij Reprobel. Kurt Van Damme, adjunct-algemeen directeur en hoofd van de juridische dienst bij Reprobel, meent dat “verschillende miljoenen euro’s” uit het verleden gerecupereerd kunnen worden. Reprobel nodigt HP en de andere importeurs uit om rond de tafel te zitten “om het verleden te regelen, in gezamenlijk overleg en met wederzijds respect”.

bron: Belga