Cécile de France bij de zigeuners in ‘Django’

'Django'
Foto Pathé Films

Over haar kinderen rept ze met geen woord en saillante details vanop de set heeft ze niet onthuld. Het enige wat telt voor de immer sprankelende Cécile de France is acteren, acteren en acteren. Van de broers Dardenne over Paolo Sorrentino tot Clint Eastwoord, ze doet niets liever dan extremen opzoeken. Haar laatste challenge: de minnares van Django Reinhardt spelen in het jazzy ‘Django’.

Hoe heb je deze rol voorbereid?

Cécile de France: “Toen Etienne Comar, de regisseur, me over de rol aansprak, zei hij dat Louise nooit echt bestaan heeft. Dus ik vroeg me af hoe ik de research voor mijn personage moest doen. Hij heeft me ‘L’oeil du silence’ van Marc Lambron gegeven, een boek over het leven van Lee Miller, een fascinerende vrouw. Ze was mannequin in New York, voor ze begin jaren 30 op 22-jarige leeftijd naar Parijs trok. Daar werd ze de muze en maîtresse van Man Ray. Ze beleefde wervelende nachten in Montparnasse en feestjes met Cocteau, Picasso en alle kunstenaars uit het interbellum. Daarna werd ze oorlogsfotografe. Ze was vrij en onverschrokken, droeg broeken en had veel minnaars. Ze belichaamt de vrouwelijke emancipatie van die periode. Dat heeft me erg geïnspireerd.”

Wat vind je eigenlijk van je personage? Ze had soms een nogal dubbelzinnige houding tegenover de nazi’s.



“Etienne wilde die ambiguïteit in de kijker zetten. Daarom gaf hij me dat boek over Lee Miller, omdat zij ook een kwetsbare kant had, een onpeilbaar verdriet. Ik vind het interessant dat je haar nooit echt begrijpt. Zo’n rol is veel leuker om te spelen.”

Tijdens de oorlog leefde Django in een bubbel

Is er een verband tussen het verhaal van Django en de huidige situatie in Frankrijk?

“Het was nooit de bedoeling een film te maken die verwijst naar de actualiteit, maar er zijn natuurlijk wel overeenkomsten. Zoals in de manier waarop zigeuners destijds behandeld werden en de daklozen of vluchtelingen vandaag. De film wil die tegenstrijdigheid accentueren. Op het moment dat zijn zigeunerfamilie gedeporteerd wordt, staat Django op het toppunt van zijn carrière. Hij leefde in een bubbel en was elke realiteitszin kwijt. Naarmate de film vordert, wordt hij zich bewuster van wat er gebeurt. Zijn ogen gaan open. Django betekent trouwens letterlijk ‘Ik word wakker’. Precies daarom focust Etienne Comar op die periode van zijn leven en heeft hij geen klassieke biopic gemaakt. In de cinema en zelfs in de geschiedenisboeken horen we zelden iets over het lot van de zigeuners tijdens de oorlog. Ik wist er ook niks over. Het is een hele eer in een film te spelen die daar eindelijk over praat.”

Je ouders waren cafébazen dus je bent zelf opgegroeid in een artistieke sfeer…

“Ja, het was heel open. Er zaten altijd veel kunstenaars. Maar je kan dat niet vergelijken met de gipsy lifestyle. Zij zijn uniek. Als je hen ontmoet, voel je meteen die eigenheid. Ze leven bijvoorbeeld nooit in het verleden en zijn nooit nostalgisch. Ze hebben geen territoriumdrift of bezittingsdrang. Ze zijn echt vrij en allemaal geboren artiesten. Ze dansen, zingen, spelen muziek… Hun cultuur is heel rijk en authentiek.”

Wist je iets over hen voor je aan deze film begon?

“Een van mijn lievelingsfilms is ‘Latcho Drom’ (Tony Gatlif, 1993, red.). Sindsdien bewonder ik de zigeunercultuur, maar ik ben geen kenner. En ik ben al lang fan van Django. Ik heb mijn kind zelfs bijna Django genoemd. (lacht) Dankzij deze film heb ik nog veel over hem geleerd.”

'Django'
Foto Pathé Films

Je werkte zowel met de broers Dardenne (‘Le gamin au vélo’) als met Paolo Sorrentino (de serie ‘The Young Pope’ met Jude Law). Twee complete tegenpolen…

“Hm, de tegenpool van de Dardennes is niet echt Sorrentino, maar eerder Clint Eastwood. Ik heb ‘Le gamin au vélo’ in hetzelfde jaar gedraaid als ‘Hereafter’ en de verschillen waren groot. Clint Eastwood repeteert bijvoorbeeld nooit en filmt alles in één take. Bij de Dardennes is het eerst twee maanden repeteren en wordt elke scène bij wijze van spreken 20 keer overgedaan. Het is fascinerend om mijn aanpassingsvermogen zo te exploreren!” (lacht)

Heb je een voorkeur?

“Niet echt. Ik vind ze allebei boeiend. Bij de broers Dardenne krijg je tijd om je personage te verkennen en dingen te proberen. Zoals in het theater. Da’s heel comfortabel. Bij Clint doe je alles in één keer zonder te repeteren, een pure adrenalinerush. Maar ik heb geen voorkeur, het is mijn job om me aan elke situatie aan te passen.”

Waar ben je momenteel mee bezig?

“Er is ‘Ôtez-moi d’un doute’, een diepe, menselijke komedie van Karine Tardieu met François Damiens (te zien op het Filmfestival van Cannes deze maand, red.). En ik heb ook bijgetekend voor het tweede seizoen van ‘The Young Pope’! Maar daar mag ik helaas nog niks over zeggen.”

Elli Mastorou

RECENSIEOVERZICHT
Django