Onze journalist nam een kijkje achter de schermen van de nieuwe Cirque du Soleil-show

55 artiesten met 23 verschillende nationaliteiten werken mee aan ‘Totem’, de show van Robert Lepage voor Cirque du Soleil. Zeven jaar na de première en 2.300 voorstellingen later slaan ze deze zomer hun tenten op in Brussel, om hun visie op de menselijke evolutie te delen met het Belgische publiek. Metro trok naar Japan en dook er in de coulissen van deze adembenemende show.

‘Totem’ is een vernieuwend spektakel, zowel op technisch vlak als in de keuze van de thema’s. Want ondanks zijn Quebecse roots staat het grootste circus ter wereld voor het eerst in het teken van de First Nations. “We hebben een Wendake-zanger (een indianenreservaat in Quebec) en twee Native American dansers van twee verschillende stammen. Ze doen een soort traditionele dans die normaal gebruikt wordt tijdens powwows, ceremoniële bijeenkomsten van een indianenstam. Maar dan aangepast voor het podium en het grote publiek”, vertelt Neelanthi Vadivel, artdirector van ‘Totem’. Maar daarvoor had het circus wel eerst de toestemming nodig van de stammenraad van Wendake. “Native Americans worden heel vaak fout vertegenwoordigd op het podium. Er zijn veel stereotypen en dat is soms kwetsend. We blijven heel respectvol”, zegt ze.

Een lust voor het oog



Naast het symbolische schildpaddenpantser – het belangrijkste decorelement van de show waarop de ‘kikkerartiesten’ hun acrobatieën uitvoeren – of het moment waarop het duo Marie-Christine Fournier en Louis-David Simoneau de gewichtloosheid tart op hun trapeze, is er nog een ander bijzonder opmerkelijk nummer. Massimo Medini en Denise Garcia-Sorta beelden een indiaanse huwelijksceremonie uit en tollen in een razend tempo rond op hun skates, op een piepklein en volledig plat oppervlak.

Hoewel Neelanthi Vadivel erover moet waken dat de show trouw blijft aan het idee van zijn creatief directeur, Robert Lepage, kunnen sommige nummers evolueren. “Als er bijvoorbeeld nieuwe technologische ontwikkelingen zijn die het spektakel nog beter maken”, verduidelijkt ze.

Technologische revolutie

‘Totem’ is de eerste hybride show van Cirque du Soleil en kan zowel in een amfitheater als in een tent opgevoerd worden, zonder grote technische aanpassingen. Tijdens de tournee in Japan gebruikt het circus de Fuji Dome, met een zelfdragende structuur die bestand is tegen aardbevingen en hevige windvlagen. Er gelden ook extreme veiligheidsmaatregelen voor de artiesten. Zo moet er in de tent altijd een stabiele temperatuur en vochtigheidsgraad zijn.

En Cirque du Soleil pakt ook nog uit met een ander opvallend systeem. Voor het eerst wordt tijdens een show in een tent lasertechnologie gebruikt om duisternis te creëren. Dat resulteert in een beelddiepte die honderd keer beter is. “We hebben het geluk te werken met een super performant systeem dat interactieve HD-projecties mogelijk maakt. De projectors passen zich aan aan de bewegingen van de artiesten en produceren bijvoorbeeld rimpels in het water, enkel op de plekken waar zij staan”, legt Jean-Sébastien Gagnon uit, assistent-technisch directeur van ‘Totem’.

Een militaire logistiek

Om die geoliede machine in goede banen te leiden, is een bijna militaire logistieke organisatie nodig. Om van het ene naar het andere land te reizen, moet elk accessoire een soort van paspoort hebben met zijn douanehistoriek, serienummer en beschrijving. “Het is een enorme logistiek. We werken al vier, vijf maanden om alles uit Japan te krijgen”, zegt Jean-Sébastien Gagnon.

En die verplaatsingen gaan niet echt onopgemerkt voorbij, want er zijn 24 reusachtige trailers nodig om de inhoud van de show van de ene naar de andere stad te transporteren. Voor ‘Totem’ in België neerstrijkt, vliegt het hele circus naar Sotsji, in Rusland… met twee volgepropte Boeings 747.

“Een andere grote uitdaging voor shows zoals deze, die de hele wereld rondreizen, is dat we ons moeten aanpassen aan de wetgeving van elk land”, zegt Jean-Sébastien Gagnon. “Er zijn enorm veel regels, maar we proberen onze impact op het milieu te beperken. Dat is een moeilijke uitdaging, omdat we snel moeten opbouwen en afbreken. In Melbourne zijn we erin geslaagd 14 ton materiaal dat normaal naar het stort zou gaan, een tweede leven te geven via scholen, kerken en lokale kunstenaars.”

Door Laura Sengler