“Ik vertel nooit het verhaal achter mijn foto’s”

Dirk Braeckman
Foto L. Herreman

Zaterdag begint de 57ste Biënnale van Venetië, het tweejaarlijkse kunstfestijn. Fotograaf Dirk Braeckman en curator Eva Wittocx namen het Belgisch paviljoen voor hun rekening.

Hoe ziet de opstelling in het Belgisch paviljoen eruit ?



Dirk Braeckman: “Eerlijk gezegd verklap ik niet graag hoe het eruit ziet. Als ik dat zeg, vertrekt men er met een bepaald idee naartoe. Ik wil dat de bezoekers zelf de tentoonstelling ontdekken. Wat ik wel kan zeggen, is dat het een vrij klassieke opstelling zal zijn, met respect voor de ruimte, omdat ik de architectuur van het paviljoen fantastisch vind.”

Zit er een thematische eenheid in?

“Ik werk eigenlijk nooit thematisch, ik zie mijn oeuvre als één groot werk. Ik werk nooit in series of periodes. Er zijn wel bepaalde onderwerpen die soms terugkeren, maar dat is geen thematische insteek. Waar mijn werk over gaat is moeilijk te benoemen. Ik besef dat dat misschien wat vaag blijft, maar de beelden geven weinig prijs en leggen de betekenis bij de kijker. Ik houd het verhaal rond mijn werk liever voor mezelf.”

“Ik vertrek meestal wel vanuit een persoonlijke context, in de zin dat ik mijn opnames maak in mijn directe leefomgeving. In het begin, toen ik net aan het werk was als kunstenaar, vertelde ik wel eens aan een verzamelaar in detail waar en hoe een beeld tot stand kwam. Zij vonden dat spijtig en zeiden mij dat ze nu nooit meer zonder dat verhaal naar dat beeld konden kijken. Dat heb ik dan ook snel afgeleerd.”

Ga je specifiek op zoek naar die locaties?

“Ik ga nooit op zoek naar een bepaalde situatie of ruimte. Ik ga vaak op reis, maar ik ga niet op reis om te fotograferen. Wanneer ik reis, fotografeer ik wel. Wanneer ik thuis ben, fotografeer ik ook. Sommige beelden, ik ga niet zeggen welke, zijn bij mij thuis genomen. Maar ik heb bijvoorbeeld ook beelden die in een sloppenwijk in Saint-Louis in Senegal genomen zijn, opnames van in New York of Venetië.”

“Ik refereer nooit naar de locatie waar of het tijdstip waarop een gebeurtenis plaatsvindt. Het gaat om het beeld waar je voor staat, niet om een doorkijk naar of documentatie van de werkelijkheid. Daarom dateer ik het werk ook wanneer het geprint wordt, niet wanneer de opname gebeurd is.”

“Ik denk in zekere zin als een schilder. Zoals schilders vaak fotografische opnames maken en dat beeldmateriaal in hun atelier omzetten in een nieuw beeld. Dat doe ik ook, ik heb een groot archief van negatieven, digitale bestanden en foto’s waar ik mee aan de slag ga. Het is dan ook onder andere Gerhard Richter die mij als jonge kunstenaar beïnvloed heeft om eerst fotografie te leren voor ik zou gaan schilderen.”

Je wou schilder worden?

“Eigenlijk wel, dat was mijn ambitie, maar die studies heb ik uiteindelijk nooit aangevat. In letterlijke zin ben ik fotograaf, ik gebruik een camera, maar ik stel dat medium toch ook in vraag. Foto’s worden vaak gezien als de waarheid. Maar eigenlijk is dat ook maar een fractie van wat er gebeurd is, een uitsnede in de tijd. Je kan volgens mij dus totaal niet spreken over de waarheid. Daarom wil ik het medium fotografie niet gebruiken om iets te documenteren maar puur om met het beeld te werken. Het beeld waar je voor staat, dat ik gemaakt heb in mijn donkere kamer, dat is het werk, niet de werkelijkheid die erachter zit.”

Je experimenteert vaak tijdens het printproces. Vanwaar komen die experimenten?

“Dat is weer een beetje vanuit mijn ambitie om schilder te worden. Let op, ik ben geen gefrustreerde schilder die hoopt ooit nog te gaan schilderen. Ik ben opgeleid in analoge fotografie, maar ik vond dat in het begin zo technisch. Ik miste iets fysieks, een soort van relatie. Dat medium heeft mij uitgedaagd om er iets mee te doen dat toch vanuit mezelf komt. Dat is voornamelijk gebeurd via de vele experimenten in de donkere kamer. Zo heb ik langzamerhand een eigen stijl ontwikkeld.”

“Bij alles wat ik doe, voornamelijk tijdens het ontwikkelen, kan ik ingrijpen. Het is een soort van schilderen met chemicaliën. Ik kan soms tien of twaalf uur in mijn donkere kamer zitten. Dan zit ik echt in een soort van flow. Dat kan je niet als je enkel puur technisch bezig bent. Je creëert een relatie met dat medium, met die beelden.”

Jelle Mampaey