Assita Kanko wint Ebbenhouten Spoor

De Brusselse politica, columniste en vrouwenrechtenactiviste Assita Kanko heeft de Ebbenhouten Spoor gekregen. Met die trofee zet N-VA elk jaar een verdienstelijke nieuwe Vlaming in de bloemetjes. Assita Kanko werd in 1980 geboren in Burkina Faso. Daar werd ze op de leeftijd van vijf jaar besneden, een gebeurtenis die de basis vormt voor haar boek over vrouwenbesnijdenis “Parce que tu es une fille. Histoire d’une vie excisée” (Omdat je een meisje bent, verhaal van een besneden leven). Intussen heeft Kanko ook een tweede boek uit (“De tweede helft. Tijd voor een nieuw feminisme”).
Kanko emigreerde eerst naar Nederland om er journalistiek te studeren en woont sinds 2004 in België. Ze is gemeenteraadslid in Elsene (MR), lid van de denktank Liberales en columniste voor De Standaard. Ze wordt gezien als één van de rijzende sterren aan het politieke firmament.

Kanko kreeg de Ebbenhouten Spoor uit handen van Louis Ide, algemeen secretaris van de N-VA en initiatiefnemer van de prijs. “Als politica brengt ze een verhaal over veiligheid, over economie, over onderwijs dat een verademing is in Franstalig België. Als schrijfster geeft haar verhaal kracht aan vrouwelijke migranten om zich voor een stuk te onttrekken aan de sociale dwang die ze dikwijls nog binnen hun eigen gemeenschap ondervinden en zo hier echt een nieuw leven op te bouwen”, aldus Ide.



Door haar strijd voor meer vrouwenrechten overal ter wereld is Kanko volgens Ide een voorbeeld voor alle Vlamingen. “Helemaal superieur ben als je onze waarden en vrijheden vertolkt. Jij herinnert ons om onze vrijheid en onafhankelijkheid niet als evident te beschouwen, omdat velen er hard voor moeten knokken”, aldus Ide.

Kanko treedt in de voetsporen van de Iraans-Belgische vrouwenrechtenactiviste Darya Safai, die de prijs vorig jaar won, sommelier Sepideh Sedaghatnia, opera-intendant Aviel Cahn, acteur Gilbert Nyatanyi (‘Gilberke’ in ‘Alles kan beter’), bokser Sugar Jackson, chirurg Nasser Nadjmi, atlete Svetlana Bolshakova en cardioloog Pedro Brugada.

bron: Belga