Zorgverleners vinden niet altijd hun weg in wildgroei van richtlijnen

Om hun dagelijkse praktijk te ondersteunen, kunnen zorgverleners een beroep doen op klinische praktijkrichtlijnen, zogenaamde guidelines, want de geneeskunde en de gezondheidszorg in het algemeen zijn complexer geworden. Die zorgverleners vinden niet altijd hun weg in de wildgroei van richtlijnen, blijkt uit een studie van het Federal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). De geneeskunde, en de gezondheidszorg in het algemeen, wordt steeds complexer en evolueert steeds sneller, stelt het KCE. “Dankzij de guidelines kunnen de zorgverleners in die massa kennis hun weg vinden”, zegt Nadia Benahmed van het KCE. “Alle zorgverleners doen er vandaag een beroep op, waar ook ter wereld. Of beter gezegd, ze worden verondersteld dit te doen om een optimale zorgkwaliteit te bieden. De kloof tussen theorie en praktijk is soms echter groot.”
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) voerde in september 2016 een uitgebreide studie uit bij Belgische zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, vroedvrouwen en kinesitherapeuten), waarbij het naging of guidelines worden gebruikt, in welke mate ze worden gewaardeerd en hoe ze volgens hen kunnen worden verbeterd. Daarnaast bestudeerde het de praktijken in zeven andere Europese landen.
Uit de 2.500 deelnames aan de enquête blijkt dat 87 procent van de artsen, 68 pct van de kinesitherapeuten, 67 pct van de verpleegkundigen en 61 pct van de vroedvrouwen regelmatig guidelines gebruiken. “Toch vinden velen van hen het niet evident om ze terug te vinden als ze die nodig hebben”, legt Benahmed uit.
Door de enquête konden ook de redenen worden achterhaald waarom bepaalde zorgverleners geen guidelines gebruiken, en konden factoren om het gebruik te verhogen, worden geïdentificeerd.
Het opstellen van een guideline gebeurt volgens een zeer strikte en internationaal gevalideerde methodologie. “Het aanbevelen van het gebruik van een bepaalde klasse geneesmiddel, type verband of apparatuur kan immers een grote impact hebben op de toekomst van een groot aantal patiënten. Bij de ontwikkeling van een guideline spelen er (theoretisch) geen specifieke belangen mee, en wordt de opinie van één specialist, hoe eminent ook, niet zomaar gevolgd, enkel en alleen omdat hij overtuigd is van zijn goede praktijken”, aldus Benahmed.
In de plaats daarvan worden eerst alle publicaties in de internationale wetenschappelijke literatuur geanalyseerd. “Vervolgens worden enkel de zeer betrouwbare weerhouden, en wordt de inhoud van deze laatsten bestudeerd aan de hand van strikte procedures. Uiteindelijk worden er duidelijke aanbevelingen opgesteld, die begrijpelijk zijn voor alle mogelijke gebruikers.
Dit alles volstaat volgens het KCE echter niet. Om het gebruik van de richtlijnen in de dagelijkse praktijk te vergemakkelijken, moeten de druk bevraagde zorgverleners gemakkelijk leesbare samenvattingen aangereikt krijgen. “Hier bieden moderne technologieën, zoals apps, een opportuniteit”, besluit Benahmed.

bron: Belga