Mieke Van Hecke vindt taalgebruik Demir “beleidspersoonlijkheid onwaardig”

Mieke Van Hecke vindt taalgebruik Demir "beleidspersoonlijkheid onwaardig"

De manier waarop staatssecretaris Zuhal Demir (N-VA) afgelopen weekend uithaalde naar CD&V is “een beleidspersoonlijkheid onwaardig”. Dat heeft de Gentse CD&V-lijsttrekster Mieke Van Hecke dinsdag in TerZake (Canvas) verklaard. In een interview met De Zondag had staatssecretaris Demir coalitiepartner CD&V ervan beschuldigd “moslims te zien als kiesvee” en de Vlamingen ervoor “gewaarschuwd” dat CD&V de moslimpartij is. Premier Charles Michel riep de staatssecretaris daarop tot de orde en CD&V-voorzitter Wouter Beke eiste verontschuldigingen. Demir wilde op dat laatste vooralsnog niet ingaan, waardoor het incident voor CD&V nog niet gesloten is.
“Ik vind het taalgebruik dat hier werd gehanteerd (…) absoluut een beleidspersoonlijkheid onwaardig”, reageerde Van Hecke dinsdagavond. “Men mag zeggen dat hier over de schreef is gegaan in het woordgebruik”. De Gentse kopvrouw bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar voegde er nog aan toe dat ze zelfs haatmails heeft gekregen.
In het interview citeerde staatssecretaris Demir uit een eerder interview met Van Hecke om haar uitval te staven. “Wat me stoort is dat die aanval er op basis van een titel kwam”, aldus nog Van Hecke. Die titel luidde dat CD&V voor moslims de logische keuze is. In TerZake herhaalde ze dat CD&V het voortouw neemt voor de plaats van religie in de publieke ruimte en dat moslims zich daardoor aangesproken zouden kunnen voelen.
Van Hecke vindt dat niet alleen moslims, maar ook gelovige christenen niet meer mogen zijn wie ze zijn. “Men wil een absolute laicité in de samenleving en dan moeten de religieuze symbolen weg”, wat de voormalige topvrouw van het katholieke onderwijs “geen goede zaak” vindt. “Een samenleving waar geen aandacht is voor wat de verschillende keuzes zijn in hoe je naar de samenleving en naar de toekomst van die samenleving kijkt (…), dat zijn zaken waarvoor ik inspiratie vind in een evangelie en anderen in een vrijzinnig humanisme. Maar waarom mag ik niet zeggen wat die toetssteen is en hoe belangrijk die is voor mij en heel wat medegelovigen?”

bron: Belga