Trump en al-Sisi willen samen terreur bestrijden

Trump en al-Sisi willen samen terreur bestrijden

De Amerikaanse president Donald Trump heeft vandaag in het Witte Huis een onderhoud gehad met de Egyptische president Abdel-Fattah al-Sisi. Beide leiders spraken af om gezamenlijk terreur te bestrijden. Het ging daarbij vooral over de strijd tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). Mensenrechtenorganisaties merken op dat de mensenrechten niet op de agenda stonden. Generaal al-Sisi zette, gesteund door het leger, in juli 2013 Mohammed Morsi af, die democratisch verkozen was maar wiens banden met de Moslimbroederschap niet werden geapprecieerd. De regering Obama had na de ambtsaanvaarding van al-Sisi de wapenverkoop aan Egypte tijdelijk bevroren, maar die maatregel twee jaar later weer ongedaan gemaakt.

“De Verenigde Staten en ik zijn een bondgenoot van Egypte”, aldus Trump, die beloofde dat de banden tussen beide landen sterk en lang zullen blijven. Al-Sisi van zijn kant loofde Trump voor zijn ferme houding tegenover terrorisme en beloofde samen te werken met Washington, dat de Egyptische regering militaire ondersteuning geeft. “Egypte en ik zullen altijd aan de zijde van de VS staan in de strijd tegen het terrorisme”, zo klonk het.

Mensenrechtenorganisaties tonen zich bezorgd dat er tijdens het onderhoud niet gesproken is over mensenrechten. “Al-Sisi uitnodigen voor een officieel bezoek terwijl tienduizenden Egyptenaren wegrotten in een cel en martelpraktijken opnieuw aan de orde van de dag zijn, is een vreemde manier om een stabiele strategische relatie op te bouwen”, zo liet Sarah Margon van Human Rights Watch optekenen.

Amnesty International roept Trump op om Egypte verantwoordelijk te houden voor de verzanding van de mensenrechten, de moord op dissidenten en de onrechtmatige processen in het land. “Trump kan geen oog dichtknijpen voor de mensenrechtencrisis in Egypte”, aldus Sunjeev Berry van Amnesty. Volgens medewerkers van het Witte Huis zal de kwestie van de mensrechtenrechten “waarschijnlijk privé besproken worden”.

bron: Belga