Drie deontologische klachten van Pirottons minnaar afgewezen, één deels gegrond

Drie deontologische klachten van Pirottons minnaar afgewezen

De Conseil de déontologie journalistique (CDJ), de Franstalige tegenhanger van de Raad voor de Journalistiek, heeft in februari enkele klachten behandeld van de minnaar van Véronique Pirotton over de berichtgeving in de zaak tegen Bernard Wesphael, die in oktober door het hof van assisen in Henegouwen werd vrijgesproken voor de moord op zijn vrouw. Eén klacht was volgens de CDJ gedeeltelijk gegrond, drie anderen waren ongegrond. O.D., de minnaar van Pirotton, diende op 21 oktober bij de CDJ een klacht in over een artikel dat in La Meuse was verschenen. Daarin werd bericht dat O.D. een klacht had ingediend tegen zijn ex-vriendin na haar getuigenis voor het Henegouwse hof van assisen. Volgens O.D. waren de feiten niet goed nagetrokken, de klacht was al voor het assisenproces ingediend. Daarnaast zou de journalist contact hebben opgenomen met zijn advocaat die had aangegeven dat hij geen weet had van een klacht, iets dat niet aan bod komt in het stuk.

De CDJ stelt in zijn oordeel dat de feiten inderdaad niet goed nagetrokken waren en het artikel onvolledig was, maar stelt dat de klacht enkel gegrond is tegen La Meuse en niet de journalist, wiens naam niet bij het artikel stond. Die heeft zijn werk “correct uitgevoerd”, klinkt het. “Het feit dat de tegengestelde informatie niet is gepubliceerd, kan niet aan hem worden toegewezen omdat het artikel niet ondertekend is.”

In verband met hetzelfde artikel was O.D. ook van mening dat zijn portretrecht was geschonden, maar de Raad stelde dat hij door de grootte van de zaak-Wesphael tijdelijk als een publiek figuur kon worden beschouwd. Volgens de CDJ werden het portretrecht en de privacy van O.D. daarom niet geschonden.

Drie andere klachten tegen artikels in La Meuse werden ongegrond verklaard. In de artikels werden onder andere intieme gesprekken via telefoon en brieven tussen O.D. en Pirotton gepubliceerd. Volgens O.D. is er onder meer sprake van schending van de privacy, maar de CDJ is van oordeel dat de informatie van publiek belang was, omdat ze de hypothese van de zelfmoord in een ander daglicht stelde.

bron: Belga