Real Madrid rekent af met Napoli

AFP / J. Soriano

Real Madrid heeft de heenwedstrijd in achtste finales van de Champions League tegen Napoli gewonnen met 3-1. In de andere wedstrijd won Bayern met 5-1 van Arsenal.

De grote vraag op voorhand -toch zeker binnen onze landsgrenzen- was of Dries Mertens aan de aftrap zou staan. Hij lag in de weegschaal met zijn concurrent Arkadiusz Milik, maar kreeg uiteindelijk toch de voorkeur van coach Maurizio Sarri.

De match begon met energiek voetbal langs beide kanten en een heel vroege kans van Karim Benzema, met een goede reflex van Napolidoelman Pepe Reina. Niet veel later, in de achtste minuut, viel er aan de andere kant al een goal. Lorenzo Insigne schoot de bal van ver voorbij doelman Keylor Navas, die te ver uit zijn doel stond. De Italianen groeven zich niet in en brachten op het veld van Madrid moedig voetbal, al was Real toch de sterkere ploeg. Dat werd in de negentiende minuut beloond met een doelpunt. Benzema kopte de bal voorbij Reina: 1-1.

In de tweede helft drukten de Spanjaarden de Napolitaanse hoop snel de kop in. Al na vier minuten spelen zette Cristiano Ronaldo een fraaie actie op poten. Hij leek zich vast te lopen, maar kon de bal vanop de achterlijn terugleggen naar Toni Kroos, die binnenschoot. Nog eens vijf minuten later nam Casemiro de bal van ver buiten de zestien op de slof: 3-1. Mertens, die het moeilijk had in de spits, kreeg in de 68ste minuut een reuzenkans, maar hij schoot over.

Bayern München had op eigen veld geen enkel probleem met Arsenal. Bayern bracht dominant voetbal. Robben, Lewandowski, Müller en twee keer Thiago schoten de Duitsers naar een 5-1 zege.