Staatsveiligheid had onvoldoende informatie om naturalisatie Chodiev tegen te houden

Staatsveiligheid had onvoldoende informatie om naturalisatie Chodiev tegen te houden

De Staatsveiligheid lijkt de bestaande procedure ten tijde van de naturalisatie-aanvraag van Patokh Chodiev correct te hebben toegepast. Dat schrijft Jaak Raes, de huidige topman van de Staatsveiligheid, aan de onderzoekscommissie Kazachgate. Volgens Raes was er in 1996 weinig informatie over de Oezbeekse miljardair voorhanden, en die volstond niet om een weigering van zijn naturalisatie te motoveren. Binnen de onderzoekscommissie rezen de voorbije weken vragen over de rol van de Staatsveiligheid bij de naturalisatie van Chodiev. Hij staat centraal in het dossier Kazachgate. Dat draait over de manier waarop de zogenaamde afkoopwet in 2011 plots in sneltempo groen licht kreeg in het parlement en de manier waarop het gerecht de nieuwe wet nadien toepaste. Chodiev en twee Kazachse kompanen waren de eersten om gebruik te maken van de wet.

Voorzitter Guy Rapaille van het Comité I, dat toeziet op de inlichtingendiensten, stelde enkele weken geleden dat de Staatsveiligheid halfweg de jaren negentig een link maakte tussen Chodiev en de georganiseerde misdaad en de Russische maffia. Toen Chodiev in 1996 een naturalisatieverzoek indiende en het parket van Nijvel bij de Staatsveiligheid polste naar informatie, kwam het antwoord dat er “niets te melden” was.

In een brief aan de onderzoekscommissie, waarover ook Le Soir vrijdag bericht, zegt Jaak Raes dat een nieuw onderzoek van het dossier “lijkt aan te geven dat de procedure op regelmatige wijze werd toegepast”. De eerste verslagen over Chodiev bij de dienst dateren van oktober 1994. Op het moment van zijn naturalisatie-aanvraag in februari 1996 waren vier informatierapporten opgesteld waarin zijn naam werd geciteerd. Een vijfde rapport volgde op 3 april 1996, maar bevatte geen bijkomende informatie over Chodiev.

De Staatsveiligheid meent dat er maar weinig informatie beschikbaar was op het moment van zijn aanvraag. De gegevens draaiden in hoofdzaak rond vennootschappen die gelinkt werden met Boris Birshtein – een Canadese zakenman met Russische roots – zonder dat criminele activiteiten, spionage of inmenging konden worden gedetecteerd waarbij Chodiev rechtstreeks betrokken was. De toenmalige informatie was van dien aard om een weigering van de aanvraag te motiveren. Daarom kreeg die aanvraag het cachet “rien à signaler” mee.

bron: Belga