Nederlands kabinet steekt 10 miljoen in gezinsplanningsfonds

Nederlands kabinet steekt 10 miljoen in gezinsplanningsfonds
Nederlands kabinet steekt 10 miljoen in gezinsplanningsfonds

De internationale campagne die de Nederlandse minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) is begonnen om fondsen te werven voor organisaties voor gezinsplanning, heeft zijn eerste miljoenen binnen. Het Nederlandse kabinet doet een startdonatie van 10 miljoen euro, heeft Ploumen vandaag gemeld. Ploumen nam het initiatief na de beslissing van president Donald Trump om de Amerikaanse subsidie in te trekken voor dergelijke organisaties, die in arme landen vrouwen helpen bij veilige abortussen, kraamhulp, seksuele voorlichting en voorbehoedsmiddelen. Daardoor ontstaat een financieel gat van 600 miljoen dollar. Ploumen hoopt dat bedrag nu met hulp van andere landen bijeen te krijgen. Trump stopt de financiering omdat hij tegen abortus is. En dat kan desastreuze gevolgen hebben, vooral voor vrouwen in Afrika, vreest de Nederlandse minister. “Het verbieden van abortus leidt niet tot minder abortussen. Het leidt tot meer onverantwoorde praktijken in achterafkamertjes en tot meer moedersterfte.”

Ploumen heeft al talloze reacties gekregen op haar plan, uit 150 landen in 23 talen. De meeste daarvan zijn positief. Ook haar Belgische collega Alexander De Croo (Open Vld) bevestigde woensdag in een telefoongesprek alvast de steun van België. “Deze ondersteuning ligt volledig in lijn met de prioriteiten van het Belgisch ontwikkelingsbeleid. Het versterken van de seksuele en reproductieve rechten van meisjes en vrouwen is voor België een belangrijk aandachtspunt”, verklaarde De Croo toen.



De campagne is intussen ‘She Decides’ genoemd en heeft ook een website. Daarop staan rekeningnummers waarop mensen kunnen doneren. Ze hoopt op geld van regeringen, hulporganisaties, particuliere organisaties en burgers. “Om te voorkomen dat vrouwen en meisjes in de steek worden gelaten. Want ook zij moeten zelf kunnen beslissen of ze kinderen willen, met wie en wanneer.”

Bron: Belga