WK veldrijden vindt in 2019 plaats in Deense Bogense

WK veldrijden vindt in 2019 plaats in Deense Bogense

Het WK veldrijden zal in 2019 doorgaan in het Deense Bogense. Dat bevestigde de Internationale Wielerunie (UCI) aan de vooravond van het WK cyclocross in het Luxemburgse Bieles. De UCI omschrijft Bogense als “een toeristenbestemming 200 kilometer ten westen van Kopenhagen”. Denemarken organiseerde eerder al in 1998 het WK in Middelfart, waar Mario De Clercq zegevierde.
“Ik ben zeer gelukkig met de manier waarop veldrijden de voorbije jaren succes heeft gehad”, verklaart UCI-voorzitter Brian Cookson. “De toekenning van het WK aan Bogense in Denemarken, voor het eerst in dit land in twintig jaar, is een teken van de internationalisering van de discipline. Ik feliciteer deze belangrijke wielernatie met het binnenhalen van dit evenement.”

Bogense mag in het volgende Wereldbekerseizoen alvast even proefdraaien, want de Denen ontvangen de vierde WB-manche. Het seizoen wordt op 16 september 2017 op gang geschoten in het Amerikaanse Iowa City. Acht dagen later doet 320 kilometer verderop Waterloo zijn intrede op de WB-kalender. Las Vegas, de opener van het huidige WB-seizoen, is niet langer een Wereldbekermanche. Op 22 oktober is Koksijde aan de beurt, gevolgd door Bogense (19/11), het Duitse Zeven (25/11), Namen (17/12) en Heusden-Zolder (26/12). In 2018 wordt opnieuw Frankrijk aangedaan met Nommay (21/01), voor het eerst op de WB-kalender sinds het seizoen 2013-2014. De slotmanche gaat op 28 januari door in het Nederlandse Hoogerheide. Net als het Italiaanse Fiuggi verdwijnt het Nederlandse Valkenburg van de WB-kalender, omdat nabij die Nederlandse stad in 2018 het WK plaatsvindt.



“Er is zeker sprake van een ontwikkeling met zes organiserende landen tegenover vijf vorig jaar, vier jaar geleden waren er slechts drie”, aldus Cookson. “Verder zal de groei van de cyclocross een belangrijke duw krijgen door de creatie van UCI veldritteams, een vernieuwing die voor meer structuur zal zorgen, de deelname van vrouwen zal aanmoedigen en investeerders zal aantrekken.”

bron: Belga