‘Dode Hoek’, de donkere politiefilm van Nabil Ben Yadir

Foto R.V.

Flikken, politiek, extreemrechts en afrekeningen. Welkom in ‘Dode Hoek’, een donkere politiefilm van Nabil Ben Yadir (‘Les Barons’). Een film in het Vlaams, gedraaid door een Franstalige regisseur in Antwerpen, Charleroi en Brussel. Inclusief moppen over de Walen. Onder het mom van genrefilm krabt ‘Dode Hoek’ de lak van de politieke correctheid weg, om op eigenzinnige wijze te waarschuwen voor de gevaren van populistische discours. Jan Verbeeck loopt er misschien netjes bij, maar er is iets dat stinkt…

Welke band heb jij met de politie?



Nabil Ben Yadir:(lacht) “Da’s de eerste keer dat ik die vraag krijg! Toen ik opgroeide had ik altijd schrik van de politie, die verondersteld wordt ons te beschermen. Ik weet niet of het door mijn eigen ervaringen komt, maar ik heb genoeg onrecht gezien én beleefd om ongerust te zijn. Ik herinner me nog goed hoe ze tijdens een controle tegen hun collega’s zeiden: ‘We hebben hier twee tam-tams’. Tam-tam betekende Training-Airmax-Moustache. Een code om ons te signaleren. Ik ben opgegroeid met die angst van een zwaailicht te zien en te denken: ‘Da’s voor mij’. Ook al heb je niks gedaan…”

Is het feit dat je van Jan Verbeeck, de hoofdrolspeler, een extreemrechtse flik maakt jouw manier om het te proberen begrijpen?

“Ik wou vooral een genrefilm maken met een personage dat ik zelf nooit in mijn buurt zou willen. Het was een challenge om een man te volgen die wel charismatisch is, maar zijn grenzen overschrijdt. Ik wil ook het toenemende populisme aankaarten, met een hoofdrolspeler die doet denken aan bepaalde bekende figuren. De redder in nood die geen blad voor de mond neemt en journalisten uitkaffert, zoals Donald Trump… Waarom denken die mensen zo en wat schuilt er achter hun politieke discours? Die onzichtbare dode hoek, da’s interessant.”

Wat is die ‘dode hoek’ van Jan Verbeeck?

“Zijn relatie met alles wat hij haat. Hij is al heel zijn leven anti-Charleroi en anti-Waals… Terwijl zijn verhaal puur Waals is. Tussen wat hij zegt en wat hij is, zit een wereld van verschil…”

Iedereen kan racist zijn

Als hij beschuldigd wordt van racisme is zijn antwoord: “Ik ben geen racist, ik heb zelfs een Noord-Afrikaanse collega.” Een kant-en-klaar antwoord dat niets verontschuldigt…

“Het is inderdaad geen ontvankelijk argument. Racisme is overal en gaat in alle richtingen. We moeten stoppen met het plaatje van een beul en een slachtoffer. Iedereen kan racist zijn. Het is niet omdat je iemand kent of zelf van een bepaalde afkomst bent… Dries (zijn collega, red.) is trouwens nog racistischer dan Verbeeck. Hij wordt gemanipuleerd! Het probleem met zulke antwoorden is dat het werkt. Het is plat populisme. Verbeeck blinkt daarin uit. Ongeacht de vraag, hij heeft een radicaal antwoord klaar. Op internet heb je de tijd niet meer om iets uiteen te zetten. Alles moet snel gaan. Maar praat eens een kwartier met zo’n gast en ondervraag hem over zijn programma. Wedden dat hij niet spoort?”

‘Dode Hoek’ is je derde film. Wat is jouw plaats in de Belgische cinema?

“Ik voel me verwant met iemand als Antoine Cuypers (‘Préjudice’). Ik heb trouwens mijn volgende film samen met hem geschreven, in coproductie met de broers Dardenne. Weet je, ook al is er een verband tussen mijn films, ze zijn allemaal anders. Het zal wel aan mijn verleden als arbeider liggen, maar ik heb uitdagingen nodig. Na ‘Les Barons’ heb ik een vrij grote film als ‘La Marche’ gemaakt. En nu dus een Vlaamse genrefilm… Het probleem is dat mensen je dan niet kunnen thuisbrengen.”

Foto R.V.

Het politieke aspect is prominent aanwezig in de eerste helft van de film, maar daarna gaat het meer over persoonlijke verhalen en verdwijnt de politiek een beetje naar de achtergrond.

“Ja, dat is een bewuste keuze. Maar het politieke aspect is er in het begin en op het einde van de film. Het personage van Verbeeck is op zich al extreem politiek. En het politiekste personage is Dries (de agent van Noord-Afrikaanse afkomst, red.). Je vroeg me naar mijn plaats in de Belgische cinema, maar deze man heeft helemaal geen plaats. Hij voelt zich ongemakkelijk van begin tot eind. Een echte tijdbom.”

Je legt een link tussen jou en Dries. Heb je zelf ook situaties gekend waarin je je plaats niet vond?

“Ik zal altijd die Franstalige regisseur van Noord-Afrikaanse afkomst zijn. Dat is wat mensen verwachten. Ze hadden bijvoorbeeld graag ‘Les Barons 2’ gezien. Ik moet vechten om gewoon een regisseur te zijn. Ik wil niet het symbool van een gemeenschap worden. Tijdens de gebeurtenissen in Molenbeek heb ik tientallen uitnodigingen voor tv-programma’s geweigerd.”

Omdat dat niet jouw plaats was?

“Ja, tuurlijk. Waarom vragen ze niemand uit Molenbeek, iemand die het goed kan uitleggen? Ik ken er genoeg en ik ga hun plaats niet innemen. Da’s een kwestie van opvoeding. Je geeft je mening niet over de drama’s van mensen. Ze moeten de betrokkenen interviewen, de moeders van die gezinnen. Zij hebben het antwoord.”

Elli Mastorou

RECENSIEOVERZICHT
Dode Hoek