Sohn: "Ik was mijn vorige werk zo beu als koude pap"

Bij z’n debuut anno 2014 stond Sohn synoniem voor melancholische elektronica. Zijn stem verborg hij achter een muur van klanken, zijn identiteit hield hij angstvallig geheim. Twee jaar later ruilt hij die anonimiteit voor de spotlights en werkte hij samen met Rihanna, Banks en Kwabs. Tussendoor vond hij ook nog eens de tijd om een tweede album bijeen te pennen.

Het mag niet verwonderen dat zijn album onder de toepasselijke titel ‘Rennen’ door het leven gaat. Christopher Taylor heeft immers verdomd hectische jaren achter de rug. Eerst was er een uitgebreide toer, daarna de desillusie bij het thuiskomen in zijn lege appartement in Wenen na die toer. En dan was er natuurlijk ook nog zijn verhuis naar Los Angeles, waar hij zijn toekomstige vrouw leerde kennen en een zoon kreeg.



“Het is zeker niet zo dat ik naar Los Angeles verhuisd ben in de hoop op een soort American Dream, ik ben er eerder toevallig terecht gekomen. Ik herinner me nog heel duidelijk dat ik na de toer van mijn eerste album op een gegeven moment in mijn living zat, rond me keek en besefte: ik heb hier eigenlijk niets te zoeken. Op dat moment is het idee om een andere stad op te zoeken langzaam beginnen te groeien. Muzikale verplichtingen brachten me naar Los Angeles, waar ik uiteindelijk ook mijn vrouw heb ontmoet.”

Wat heeft die verhuis met jou gedaan als muzikant?
“Veel Europese muzikanten beschouwen Los Angeles een beetje als ‘Het beloofde land’. De stad is een verzamelplek voor creatief talent en als onbekend muzikant kan je er veel sneller kansen creëren voor jezelf. Zo is het bijvoorbeeld niet zo moeilijk om enkele nummers te verkopen als soundtrack. Wordt de serie een hit, krijg je de naamsbekendheid er automatisch bij.”

“Het helpt ook dat veel grote labels en artiesten in Los Angeles gevestigd zijn. Zo worden er op dagelijkse basis schrijfsessies georganiseerd. Het concept is vergelijkbaar met een blind date: je wordt gekoppeld aan een paar andere muzikanten waarvan je het merendeel niet kent. De bedoeling is dat daar een soort vonk ontstaat die resulteert in nieuw materiaal voor een grote artiest. Zo heb ik meegeschreven aan ‘Disturbia’ voor Rihanna. En ik heb ook deelgenomen aan een schrijfsessie die nieuw materiaal voor Selena Gomez moest opleveren.”

“Voor muzikale massproductie bedank ik liever”

Een soort muzikale massaproductie dus.
“Exact. En dat is ook waarom ik er na een paar sessies de brui aan heb gegeven. Als producer werk ik samen met heel veel verschillende artiesten, maar die samenwerking is wel gebaseerd op een soort wederzijdse bewondering. Je kent elkaars werk en je weet waar je naartoe wil met de samenwerking. Dat was bij die blind dates niet het geval. Je kent elkaar van haar noch pluim, maar toch leeft er de hoop dat je samen de volgende grote hit zult schrijven. Heel absurd vond ik dat. Op een gegeven moment zat ik daar in zo’n kamertje met een drietal andere, onbekende muzikanten om een nummer te schrijven voor een artiest die ik niet eens kende. Ik wist niet wat voor muziek ze maakte, noch hoe haar stem klonk. Toen heb ik beslist dat het welletjes was voor mij. Ik wilde mijn tijd en mijn talent niet langer verspillen, maar net ontplooien.”

‘Rennen’ is het resultaat van die ontplooiing. De plaat klinkt alleszins een pak directer en commerciëler dan je vorige werk. Ben je stiekem toch beïnvloed door de muziekscène ginds?
“Nee, maar ik was mijn vorige werk gewoon hopeloos beu. De afgelopen jaren is er te veel muziek uitgebracht die erop lijkt. En bovendien betrapte ik mezelf op inconsistentie. Als producer moedig ik de artiesten zoveel mogelijk aan om hun stem te laten horen, om het te gebruiken als een middel om de luisteraar te ontroeren. Zelf lapte ik die regel aan mijn laars: ik verstopte mijn stem achter een muur van geluid zodat ie vooral niet te veel zou opvallen. Daarom heeft mijn stem op deze plaat een veel prominentere plaats.”

En hoe zit het dan met dat commerciële kantje? Heb je daar actief bij stilgestaan?
“De vraag welke single de ‘radiosingle’ zou worden was een van de belangrijkste discussiepunten bij mijn eerste album. Uren heb ik daarover gepraat met het label. Het resultaat van al die discussies? Radiostations lieten mijn single grotendeels links liggen. Dat was een wijze les, bij deze plaat heb ik geweigerd om bij zulke zaken stil te staan. De ironie wil natuurlijk dat ‘Rennen’ veel meer reacties losweekt.”

Een nummer als ‘Primary’ is overduidelijk politiek geladen. Vind je het als artiest belangrijk om je luisteraars bewust te maken van politieke thema’s?
“Vroeger vond ik politiek geladen nummers een beetje aanstellerij. Je bent een muzikant, geen opiniemaker. De afgelopen maanden is er echter zoveel veranderd in onze maatschappij dat ik merkte dat ik toch de behoefte voelde om er iets over te schrijven. In Oostenrijk heb ik bijvoorbeeld meegemaakt hoe de extreem rechtse partij Freedom Party of Austria aan de macht kwam. Acht jaar geleden had niemand zich dat kunnen voorstellen, maar nu is het realiteit. Hetzelfde gebeurde in Groot-Brittannië met de Brexit en nu in Amerika met Trump als nieuwe president. Dit soort ‘nieuwe’ politici voeren allemaal op dezelfde manier campagne en manipuleren de massa op een heel sluwe manier. Ik denk trouwens dat we ons de komende maanden aan nog veel meer politiek geladen muziek mogen verwachten.”

Is de albumtitel ‘Rennen’ ook bedoeld als een soort advies voor de luisteraar? Scheer je weg van die radicale ideeën?
“Nee, de albumtitel verwijst naar de vele omwentelingen in mijn eigen leven. Ik heb me vaak een marathonloper gevoeld die dankbaar het waterflesjes aanneemt van het publiek aan de kant van de weg. Maar om bij het water te komen, moet je telkens een beetje van je pad afwijken. Ik vond het Duitse woord ‘Rennen’ krachtiger dan het Engelse ‘To Run’, vandaar de titel.”

Raak je van al dat rennen stilaan niet uitgeput?
“Integendeel, het geeft me energie om constant bezig te blijven met muziek. Vergelijk het met het aanleren van een nieuwe sport: hoe vaker je zult oefenen, hoe meer je lichaam ernaar begint uit te kijken. En door te toeren heb ik geleerd om te relativeren. Ik ben namelijk een enorme controlefreak die anderen voortdurend commandeert. Op toer is het onmogelijk om alles te controleren: er zijn te veel factoren die je zelf niet in de hand hebt. Je beslist niet om hoe laat je op staat, waar je naartoe gaat of wat je eet. Alles is voor jou vastgelegd. Dat heeft me geleerd om overal het beste van te maken. Ik denk dat dat de enige manier is om gelukkig in het leven te staan.”

“Die houding helpt me trouwens niet alleen op toer, maar ook in het dagelijkse leven. Zo morste iemand onlangs bier op mijn laptop, waardoor die stuk ging. Dat was een apparaat van 3.000 euro, hopeloos kapot in amper drie seconden. Toch slaagde ik er niet in om me daarin op te winden en kon ik het voorval meteen relativeren. Een enorme luxe.”

Mare Hotterbeekx

Sohn speelt op 26/02 in de Botanique te Brussel.