Volksgezondheid past medisch interventieplan aan na aanslagen van 22 maart

Meer aandacht voor psychosociale hulpverlening, betere communicatielijnen tussen hulpdiensten en een vlottere manier om de hulpverlening op te schalen. Dat zijn enkele van de belangrijkste wijzigingen aan het medische interventieplan (MIP) na de aanslagen van 22 maart 2016. Marcel Van der auwera, diensthoofd dringende geneeskundige hulpverlening van de FOD Volksgezondheid, stelde het nieuwe MIP donderdag voor op een symposium in Brussel van de Wereldgezondheidsorganisatie. Van der auwera schetste hoe de hulpverlening op 22 maart is verlopen. Drie weken eerder nog hadden de diensthoofden van de medische hulpdiensten in ons land samengezeten over een MIP dat aangepast was aan de realiteit die na de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs was ontstaan, waarbij terroristen synchrone aanslagen zouden kunnen plegen in ons land. “We bespraken er een plan dat we nooit zouden gebruiken”, zei Van der auwera.
Maar drie weken later bleek dat ijdele hoop en werd al gebruikgemaakt van de kennis en inzichten van het zogenoemde “Maxi-MIP”. Volgens Van der auwera was de toepassing “succesvol”, ook al kwam daar de nodige dosis geluk bij kijken.
De ervaringen van 22 maart in acht genomen, en ook de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie, werden uiteindelijk verwerkt in het nieuwe Maxi-MIP dat donderdag werd voorgesteld. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat er meer aandacht komt voor de psychosociale hulpverlening. “Niet alleen voor de getroffenen en de hulpverleners, maar ook voor bijvoorbeeld de schoonmakers in de ziekenhuizen, die daar ook getuige waren van harde taferelen.”
Daarnaast wordt de procedure voor het opschalen van de hulpverlening eenvoudiger. Verder moeten de communicatielijnen tussen de hulpdiensten verbeteren, want het ASTRID-netwerk op 22 maart raakte overzadigd. Tot slot moet er ook meer oog zijn voor de aflossing van personeel dat lange tijd ingezet wordt.

bron: Belga