Vlaamse regering heeft akkoord over de hervorming van het secundair onderwijs

Vlaamse regering heeft akkoord over de hervorming van het secundair onderwijs

De Vlaamse regering heeft een akkoord bereikt over de hervorming van het secundair onderwijs, met name over de ‘matrix’ of de reorganisatie van de studierichtingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Het aantal studierichtingen wordt beperkt en de richtingen worden onderverdeeld in acht studiedomeinen. Op algemene vraag komt er daarbij een apart domein ‘Taal en Cultuur’. Bedoeling is dat de nieuwe structuur – zoals gepland – van start gaat op 1 september 2018. Het mag dan vrijdag de 13de zijn, de Vlaamse regering heeft haar onderwijsakkoord klaar. Het akkoord werd door de Vlaamse regering meteen bestempeld als het “witte vrijdag-akkoord”. Om het akkoord te begrijpen moeten we eerst terug naar eind mei 2016. Toen bereikte de regering-Bourgeois een eerste akkoord over de hervorming van het secundair onderwijs. Dat bevatte niet alleen afspraken over het lager onderwijs en de eerste graad van het secundair, maar ook een voorstel voor de reorganisatie van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs, de veelbesproken ‘matrix’.

Die matrix moet een transparanter en rationeler aanbod opleveren, met studierichtingen die leerlingen ofwel duidelijk voorbereiden op het hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt (respectievelijk doorstroom- en arbeidsmarktgerichte richtingen) of richtingen die de deur voor beide opties open laten (richtingen met dubbele finaliteit). Na een uitgebreide consultatieronde met het onderwijsveld en een moeizame discussie in de schoot van de regering is er nu dus een akkoord over de hervorming.



Aan een aantal zaken wordt niet geraakt. Zo blijven de benamingen algemeen secundair onderwijs (aso), technisch secundair onderwijs (tso), beroeps secundair onderwijs (bso) behouden zoals was afgesproken.
Er zijn vooral enkele bijsturingen. Die beginnen al in de eerste graad. De omstreden term ‘brede eerste graad’ is al langer afgeserveerd. Zo is die eerste graad volgens minister Crevits op zich al breed omdat een groot deel van de vorming gemeenschappelijk is. In het eerste jaar zijn er 27 gemeenschappelijke uren (met daarnaast 5 keuze-uren). In het tweede jaar gaat het om 25 gemeenschappelijke uren met daarnaast 2 uur differentiatie (om te verdiepen of te remediëren) en 5 uur voor de gekozen basisoptie.

bron: Belga