Staatsveiligheid vroeg Fouad Belkacem informant te worden

Staatsveiligheid vroeg Fouad Belkacem informant te worden

De Staatsveiligheid heeft aan de voormalige Sharia4Belgium-leider Fouad Belkacem gevraagd om informant te worden. Dat zegt Belkacem in een interview via briefwisseling met het weekblad Humo. Volgens hem is zijn weigering om te baan aan te nemen een van de redenen dat het gerecht met een denaturalisatieprocedure is begonnen. “Sinds mijn overplaatsing naar de Hasseltse gevangenis heb ik verschillende bezoeken van de Staatsveiligheid gekregen. Mijn weigering op hun jobaanbieding in te gaan deed me vermoeden dat er slecht nieuws op komst was. Toevállig begon justitie net toen met de denaturalisatieprocedure”, zegt Belkacem. “Ze hebben me een keer of drie, vier bezocht en vroegen me om informant te worden. Als ik het deed, zou me dat een ‘relax-verblijf’ in de gevangenis opleveren, een maandloon en op termijn een vervroegde vrijlating. Ik heb uiteraard geweigerd. Ten eerste uit principe, en ten tweede ben ik een verkoper van auto’s, niet van moslims. Enkele weken na mijn weigering werd die procedure opgestart.”
Belkacem vreest gefolterd of gedood te worden als hij zou moeten terugkeren naar Marokko, omdat hij zich kritisch uitliet tegenover het regime daar. “Iedereen met gezond verstand, de Verenigde Naties, Amnesty International en nog veel andere instanties, weten dat opposanten er systematisch worden gefolterd of gedood. Uiteraard vrees ik dat mijn echtgenote weduwe wordt en mijn kinderen op zulke jonge leeftijd weeskinderen worden.”
De Sharia4Belgium-leider, die veroordeeld werd voor het ronselen van Syriëstrijders en werd opgesloten in de terrorismevleugel van de gevangenis van Hasselt, spreekt van een racistisch systeem. “Ik ben een deel van België en België is een deel van mij. Deze nationaliteitskwestie symboliseert het institutionele racisme en de blanke oppermacht van het systeem”, zegt hij. “Ondanks de geschiedenis van mijn familie blijven we minderwaardige Belgen. De boodschap van justitie is klaar en duidelijk: een kind, kleinkind of achterkleinkind van een vreemdeling is en blijft een vreemdeling. Eens een makak, altijd een makak, van generatie op generatie.”

bron: Belga