“Elke jongere die spijbelt of vroegtijdig school verlaat, is er één te veel”

Elke jongere die spijbelt of vroegtijdig school verlaat, is er één te veel

Elke dag dat een jongere spijbelt en elke jongere die vroegtijdig de school verlaat, is er één te veel. “Gelukkig zien we het aantal jongeren dat zonder diploma de schoolbanken verlaat jaar na jaar dalen”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits dinsdagavond. De CD&V-minister reageert daarmee op cijfers van leerlingen die meer dan 30 halve dagen spijbelen. Zulke leerlingen worden beschouwd als “problematisch afwezig”. Het aantal van die problematische afwezigheden is op zeven jaar tijd ongeveer verdubbeld.

Om de spijbelproblematiek en schooluitval aan te pakken, voert Hilde Crevits het actieplan “Samen tegen Schooluitval” uit. Dat plan heeft ruim 50 actiepunten.

“Eén van de centrale principes is korter op de bal spelen”, legt Crevits uit. “We willen jongeren niet loslaten en tijdig op zoek gaan naar oplossingen. Vanaf dit schooljaar wordt het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) ingeschakeld na 5 halve dagen afwezigheid. Vroeger was dat 10 halve dagen. Zij zoeken mee naar een geschikte oplossing op maat.”

De eerste maanden van dit schooljaar tonen volgens de Vlaamse minister aan dat deze maatregel lijkt aan te slaan. In vergelijking met de eerste maanden van het schooljaar 2015-2016 is er een daling van het aantal leerplichtige leerlingen die meer dan 5 halve dagen problematisch afwezig zijn (van 28.001 naar 27.012).

Ook de definitie problematische afwezigheid is verstrengd van 30 halve dagen naar 15 halve dagen. “Die verstrenging komt er omdat bij leerlingen die 30 halve dagen problematisch afwezig zijn, er heel weinig nog helpt om hen terug aansluiting te doen vinden met onderwijs”, zegt Crevits.

Sinds kort is er ook een spijbelambtenaar, Sarah Neyts, aan de slag en in elke provincie hebben de CLB’s een extra personeelslid gekregen om de spijbelproblematiek op te volgen. “We deden ook inspanningen ter verbetering van het welbevinden op school.”

bron: Belga