VVSG vraagt oplossing voor dreigend plaatsverlies buitenschoolse opvang

Enkele weken geleden besliste de Vlaamse regering om de maatregel ‘jongerenbonus non-profit’ af te schaffen. Volgens de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) dreigen daardoor in de buitenschoolse kinderopvang ruim 800 plaatsen voor laaggeschoolde jongeren op de helling komen te staan. De regering stelt nu voor om het uitdoofscenario uit te stellen tot 15 maart 2017. Zo resten er nog 2,5 maanden de tijd om een structurele oplossing te zoeken voor de kinderopvangplaatsen. Maar de VVSG en de vakbonden verwerpen het nieuwe voorstel en dringen erop aan de maatregel tot minstens 1 januari 2019 te behouden. Enkele weken geleden besliste de Vlaamse regering om de maatregel ‘jongerenbonus non-profit’ af te schaffen. Met die maatregel worden laaggeschoolde jongeren tewerkgesteld in de buitenschoolse kinderopvang. Terzelfdertijd volgen die jongeren een opleiding die leidt naar een kwalificatie of diploma.
Volgens de VVSG gaan door de afschaffing in de buitenschoolse kinderopvang bijna 150 VTE jobs verloren. Maar omdat het vooral gaat om deeltijdse contracten, gaat het in de praktijk om veel meer werknemers. “Onrechtstreeks worden 4.500 gezinnen geraakt. Met de middelen worden immers 800 kinderopvangplaatsen gerealiseerd in de buitenschoolse kinderopvang. Kinderopvangplaatsen die op de helling komen te staan als de Vlaamse regering doorgaat met de plannen om de middelen definitief te schrappen”, luidt het.
De regering heeft nu een uitdoofscenario voorgesteld tot 15 maart 2017. Maar volgens de VVSG is een structurele oplossing nodig. De organisatie dringt er bij de Vlaamse regering op aan om deze maatregel te behouden tot minstens 1 januari 2019. “Werkgevers die nu met de middelen kinderbegeleiders in dienst hebben, moeten ook tot eind december 2018 de ruimte hebben om medewerkers te vervangen. De VVSG verwerpt het voorgestelde uitdoofscenario waardoor medewerkers die uit dienst gaan, niet meer zouden kunnen worden vervangen. Dit heeft immers een directe capaciteitsvermindering van opvangplaatsen tot gevolg waar geen alternatief voor is.”

bron: Belga