De Lijn moet bij staking dienstverlening garanderen op grote lijnen

De Lijn moet bij staking dienstverlening garanderen op grote lijnen

De Vlaamse regering heeft de nieuwe beheersovereenkomst met De Lijn goedgekeurd. De overeenkomst moet niet alleen de overgang naar een meer vraaggestuurd en gelaagd vervoersmodel mogelijk maken, maar legt ook een aantal doelstellingen en afspraken vast. Zo moet er bij stakingen een gegarandeerde dienstverlening zijn op de prioritaire lijnen. Verder wil men het gebruik van cash op de voertuigen tegen begin 2019 volledig afbouwen, moeten alle bussen tegen 2020 toegankelijk zijn en worden de voertuigen versneld vergroend. De dotatie aan De Lijn wordt verder afgebouwd en de tarieven zullen de komende jaren enkel mogen stijgen met de inflatie. De nieuwe beheersovereenkomst – met als titel “Transitie naar De Lijn 2.0” – regelt de wederzijdse rechten en plichten tussen de Vlaamse overheid en de vervoersmaatschappij tussen 2017 en eind 2020. Het gaat om een ‘transitiebeheersovereenkomst’ die de weg moet vrijmaken voor het meer vraaggestuurde en gelaagde vervoersmodel dat de regering voor ogen heeft. Zoals eerder aangekondigd ruilt de regering de bestaande basismobiliteit – met onder meer een halte op 500 tot 750 meter van elke deur – in voor het concept basisbereikbaarheid.

Parallel met die omschakeling krijgt De Lijn in de beheersovereenkomst een pakket doelstellingen opgelegd. Een van de meest opvallende nieuwigheden is de gegarandeerde dienstverlening. Zo zal De Lijn zich bij stakingen bijvoorbeeld zo moeten organiseren dat de prioritaire lijnen toch kunnen bediend worden. Volgens minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) zal dat gebeuren door het beschikbare personeel te heroriënteren naar die belangrijkste lijnen.

Vanuit de ambitie om de reiziger centraal te stellen, moet De Lijn ervoor zorgen dat minstens 70 procent van de reizigers de maatschappij een 7 op 10 geeft in de tevredenheidsmetingen. Verder moeten de voertuigen van De Lijn de komende jaren een stuk toegankelijker en groener worden. Zo zal De Lijn vanaf 2019 enkel nog bussen kopen op alternatieve aandrijving (hybride, elektrisch, waterstof,…) en mogen er in stadskernen tegen 2025 enkel nog elektrische bussen ingezet worden. Op het vlak van toegankelijkheid mikt De Lijn op 100 procent toegankelijke bussen (met lage vloer, oprijdplaat en rolstoelplaats) in 2020. Tegen 2025 moet ook 85 procent van de trams toegankelijk zijn.

De Lijn wil ook evolueren naar een systeem zonder fysiek ticket en het is de bedoeling om “het cash betalen bij de chauffeur op de voertuigen volledig af te bouwen tegen begin 2019”. De tarieven zullen tot en met 2019 enkel mogen meestijgen met de inflatie. De Lijn zal de komende jaren ook de buikriem verder moeten aanhalen. Zo zal de overheidsdotatie tegen 2019 met 21 miljoen euro dalen.

bron: Belga