Mode-icoon Jean-Charles de Castelbajac: “Onrust stoken is mijn missie”

Ontwerper en kunstenaar Jean-Charles de Castelbajac dook in vijf decennia archieven, collecties, defilés en souvenirs om ons zijn wereld te laten ontdekken. Een wereld vol illustere ontmoetingen en duizend-en-een kleuren.

Was het moeilijk om een halve eeuw archieven te doorworstelen voor dit boek?
“Helemaal niet! Dit boek is geen nostalgische trip of een opsomming van al mijn werk. Ik wou vooral mijn fundamenten uitleggen. Hoe een jongen van 17, afkomstig uit een familie die niks met mode te maken heeft, zijn eigen wereld heeft uitgevonden. Ik ben nooit echt kind geweest, omdat ik altijd op militaire scholen zat. Dus heb ik ideeën gepikt, ik was een piraat… Ik inspireerde me op Picasso, Miro, Walt Disney, de streepjes van de marine-uniformen. En ik heb mijn eigen koninkrijk gebouwd. Dit boek is een beetje het verhaal van dat rijk. Mijn rijk, dat zijn de anderen, mijn ontmoetingen. Maar ook de gevaren die ik trotseerde met andere ridders, supergetalenteerde mensen zoals Robert Mapplethorpe, Cindy Sherman, Bettina Rheims, Oliviero Toscani, Peter Lindbergh, Malcolm McLaren, en vandaag Beyoncé of Lady Gaga… Allemaal mensen met een visie. Dit is het verhaal van de gevaren die we samen liepen en de momenten die we deelden. Ik wil dat dit boek in scholen en op universiteiten ligt. Gisteren zag ik een klein meisje van zes jaar een uur bladeren. Het deed me denken aan het Italiaanse woord ‘la Sprezzatura’. Dat betekent zoveel als ‘de onthuller’. Het is in elk geval geen distantiërend boek. De mode is een klein wereldje, een soort van ik-aristocratie. Maar ik zie ik het helemaal niet zo.”

Wat meteen opvalt, zijn je vele ontmoetingen. Je hebt die als een spons opgeslorpt.
“Eerder als een magneet. Een spons reproduceert precies hetzelfde. Een magneet is sterker. Alles wat ik heb aangetrokken – zowel mensen, ideeën als stijlen – werd getransformeerd. Kijk maar naar de portretten van die mensen. Ik heb nooit geprobeerd hun identiteit te verbergen achter mijn werk. De foto van M.I.A. in haar tijgerkleedje, bijvoorbeeld. Die heb ik gemaakt als eerbetoon aan haar Tamil-volk. Ik wil telkens een bijdrage leveren, zoals de vloeistof die je gebruikt om foto’s te ontwikkelen.”

Bij Lady Gaga ben je er zelfs in geslaagd haar persoonlijkheid nog wat dikker in de verf te zetten.
“Ik maak haar in elk geval zichtbaar. Voor de Wereldjongerendagen met paus Johannes-Paulus II had ik voor een regenboog gekozen. Er was een dubbele interpretatie: die van vrede, maar ook van homoseksualiteit. Het droeg bij tot een zekere geruststelling en erkenning. Het had zowel een politieke als een poëtische betekenis.”

En ook een esthetische?
“Natuurlijk. Er is functie en er is esthetiek. Maar de esthetiek wordt nooit overmand door de functie. Of omgekeerd.”

Wees niet bang om je belachelijk te maken

Je zou kunnen zeggen dat jouw kunst een viering van het leven is.
“Van het leven en van het onzichtbare. Elk kledingstuk heeft een verhaal. Elk van die ontmoetingen heeft een ziel. Veel van hen zijn intussen verdwenen, maar toch blijven ze heel levendig. Het is dus inderdaad een viering van het leven. En ik hoop er de volgende generatie mee te inspireren. Mijn boodschap aan jongeren is: “Wees niet bang”. Ik had als 16-jarige het geluk Raoul Haussman te ontmoeten, een dadaïst. Hij liep in zijn kamerjas, pantoffels en met een monocle door Limoges. Hij brabbelde erop los en had lak aan wat mensen van zijn kunst vonden. Ik ben ook nooit bang geweest van de mening van anderen of om belachelijk gemaakt te worden. Da’s de zin van mijn leven.”

Kan dat de jonge generaties aanspreken?
“Er heerst vandaag een communautarisme: social media, hipsters… Als ik het woord ‘rock-‘n-roll’ gebruik, dan is dat omdat ik weer individuen wil zien. We leven in een maatschappij waar moedeloosheid in plaats van overmoedigheid heerst. Maar er is nog altijd veel talent.”

Kleur primeert in je werk.
“Kleur zit in mijn genen. Door mijn aders stroomt blauw, rood en geel bloed. Dat is mijn onzichtbare pantser geweest, mijn manier om me te beschermen.”

Jij hebt je laten inspireren door andere kunstenaars en nu is het jouw beurt om de jonge generatie het licht te tonen.
“Een beetje wel ja. Mijn vriendin vroeg me onlangs welke twee dingen ik nog wilde doen. Ik heb haar gezegd: schilderen en een licht zijn, een publiek figuur. Geen voorbeeld, maar een impuls. Elke dag vragen jongeren van 15 me op Facebook hoe ze het moeten doen. Ze zeggen dat mijn Instagram-posts hen moed geven. Da’s geweldig.”

Voor de cover van je boek verkoos je ‘Fashion Art’ boven ‘Fashion’.
“Toen ik Ben in 1982 vroeg om te schilderen op mijn jurken of Mapplethorpe vroeg om mijn uitnodigingen te maken, was dat schandalig. Toen ik Malcolm McLaren vroeg om te zorgen voor de muziek van mijn defilés, vroegen mensen zich af wat dat in hemelsnaam was. Toen ik Kraftwerk een soundtrack vroeg voor Max Mara in 1971 in Milaan, konden de mensen hun oren niet geloven. Mijn roeping was niet om mooie dingen te maken, maar om onrust te stoken. Om mensen uit hun schulp te lokken.”

Door Pierre Jacobs

Jean-Charles de Castelbajac, ‘Fashion Art & Rock’n’Roll’, uitgeverij teNeues