Verkeersboetes – Voor politierechters blijft verkeersveiligheid op de eerste plaats komen

Verkeersboetes - Voor politierechters blijft verkeersveiligheid op de eerste plaats komen

De politierechtbanken blijven, samen met de andere bevoegde instanties, ijveren voor meer verkeersveiligheid. Dit blijft gebeuren door de wetgeving na te leven, met respect voor de rechtspraak van het Hof van Cassatie en met eerbiediging van het recht op verdediging. Dat meldt het Koninklijk Verbond van vrede- en politierechters (KVVP) zaterdagavond nadat het Hof van Cassatie op 13 december besliste dat de politie een machtiging nodig heeft van de privacycommissie om toegang te krijgen tot de persoonsgegevens van de Kruispuntbank Voertuigen. Daardoor zijn verkeersboetes die de politie uitschrijft op basis van enkel een nummerplaat, onwettig. Het KVVP wijst erop dat het standpunt van Cassatie moet worden geëerbiedigd, maar reageert ook op de storm van verontwaardiging die losbrak nadat de rechter van de politierechtbank in Leuven een overtreder toch veroordeelde op basis van de gegevens die de politie had opgevraagd bij de Kruispuntbank Voertuigen.
Die rechter handelde volledig binnen het wettelijk kader, aldus nationaal secretaris van KVVP, Luc Brewaeys. “Indien een bewijs is aangetast door een onregelmatigheid, dient de rechter dit bewijs te toetsten aan de criteria die staan opgenomen in artikel 32 van de voorafgaande titel van het wetboek van strafvordering”, legt hij uit. “Het niet hebben van een machtiging van het Sectoraal comité van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid, of, anders gezegd, de inlichtingen die de politie bekomt van de Kruispuntbank Voertuigen zonder machtiging, moeten niet noodzakelijk als bewijs worden geweerd.”
De afwezigheid van de machtiging tast bovendien de betrouwbaarheid van de verstrekte inlichtingen niet aan, en ten slotte moet de rechter nagaan of het aanwenden van bewijs niet in strijd komt met een eerlijk proces, waarbij een persoon die gedagvaard wordt het recht heeft om zich te verdedigen.
Als het verkregen bewijsmateriaal de toets van de criteria uit artikel 32 doorstaat, dient het bewijs voor de rechtbank aangenomen worden, aldus Brewaeys. “Het zal uiteraard niemand verbazen dat de politierechtbank bij de beoordeling de verkeersveiligheid laat primeren op het recht op privacy.”

bron: Belga