Jongeren vinden online monitoring niet altijd slecht

Jongeren vinden online monitoring niet altijd slecht

Jongeren hebben niet graag dat ouders op sociale media zouden meelezen wat ze doen. Tegelijkertijd vinden ze dat moderatie in ernstige situaties wel kan en achten ze het voor jonge kinderen wel nuttig. Dat blijkt uit de resultaten van het interuniversitaire onderzoeksproject AMiCA. Het project bekeek of een geautomatiseerde analyse van tekst en afbeeldingen op sociale media kan helpen tegen cyberpesten, suïcidaal en grensoverschrijdend seksueel gedrag. Er werden tools ontwikkeld die ouders, zorgverleners of moderators zouden kunnen bijstaan.
Uit focusgesprekken met jongeren bleek dat ze veeleer weigerachtig staan tegenover Big Brothersituaties. “Al zouden ze wel graag hebben dat moderatoren sneller ingrijpen. Ze kunnen wel een klacht insturen als ze pestgedrag zien, maar bijvoorbeeld Facebook reageert heel traag of niet”, verklaart onderzoeker Walter Daelemans.
“Jongeren willen vooral dat men optreedt in zeer ernstige situaties, met zaken die ze moeilijk zelf kunnen aanpakken zoals publieke haatpagina’s of beelden die van henzelf worden verspreid”, vult Karolien Poels aan. “Maar in de meeste gevallen wil men nog wel autonomie om er ook zelf iets aan te doen. Ook mogen ze niet worden beperkt om dingen tegen elkaar te vertellen, wat erg belangrijk is. Die autonomie geeft hen – in lijn met het kindzijn – ook ruimte om te experimenteren en zichzelf te ontplooien.”
Ouders die meelezen, dat vinden jongeren vooral goed voor kinderen jonger dan twaalf. Vanaf een latere leeftijd wordt het minder aanvaard.
Ook bij de ouders waren er uiteenlopende reacties, klinkt het voorts. “Sommige ouders vinden zo’n aanpak erg interessant. Anderen zijn kritischer en vinden vertrouwen belangrijk, zodat ze vanaf een bepaald moment niet meer moeten monitoren”, aldus Poels nog.

bron: Belga