Gentse stadsarchief is 200 jaar jong

In De Zwarte Doos, de vestiging van het Gentse stadsarchief, vierden historici dinsdagavond de 200ste verjaardag van het Gentse stadsarchief. Maar eigenlijk bewaart Gent al bijna duizend jaar documenten. Traditioneel wordt de aanstelling van stadssecretaris François Hye-Schoutheer als archivaris, op 28 oktober 1817, gezien als officiële opstartdatum van een archiefdienst bij de stad Gent. En dat was eerder geïmproviseerd in het Gentse stadhuis, verduidelijkte historicus Timo Van Havere, verbonden aan de “Onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750” (KU Leuven) zijn onderzoek naar het Gentse stadsarchief. Zijn doctoraatsscriptie over dat onderwerp werd in 2014 nog bekroond met een prijs van de Belgische Vereniging voor Documentatie (BVD). In de jaren dertig van de vorige eeuw kreeg het stadsarchief een eigen stek in de Abrahamstraat, in 2005 volgde dan opnieuw een verhuis naar De Zwarte Doos.
Het Gentse stadsarchief telt jaarlijks ongeveer 1.500 unieke bezoekers. Een derde tot de helft daarvan komt bouwplannen inkijken, omdat die na drie jaar vanuit de stadsdiensten naar het archief verhuizen. Vandaar dat ook dienstverlening naar de stad een belangrijke taak van het archief is. “Verder hebben we ook veel studenten en gevorderde genealogen, omdat bij ons enkel bevolkingsregisters van voor 1795 bewaard worden”, zegt Pieter-Jan Lachaert, één van de archivarissen.
Wat de collectie betreft zijn vooral de middeleeuwse stukken uniek voor West-Europa. “Voor een stad met een omvang als Gent zijn er maar weinig middeleeuwse archieven bewaard gebleven”, klinkt het, verwijzend naar onder meer de charters. De oudste Gentse oorkonde dateert overigens van 1178.
De integratie van het OCMW-archief en investeringen in bijkomende opslagcapaciteit worden tot slot belangrijke uitdagingen voor 2017.

bron: Belga