Overheid stort zich op autodelen

De Vlaamse meerderheidspartijen werken aan een erkenningskader voor autodeelorganisaties. Zo willen ze die deeleconomie promoten.

Autodelen zit in de lift. Begin 2016 maakten in Vlaanderen 12.000 tot 14.000 mensen gebruik van de verschillende autodeelsystemen, en waren er ongeveer 1.200 gedeelde auto’s beschikbaar. Dat is een verdubbeling tegenover begin 2015. Maar de piek is nog niet bereikt. Zo hebben steden als Leuven en Gent de ambitie om nog sterk uit te breiden.

Gevens doorspelenaan overheid

Parlementsleden Annick De Ridder (N-VA), Dirk De Kort (CD&V) en Marino Keulen (Open Vld) zijn overtuigd van de voordelen van autodelen en willen de groei helpen aanzwengelen. Daarom hebben ze een voorstel klaar waarin ze pleiten voor een Vlaams erkenningskader voor autodeelorganisaties. Dat moet het voor de bedrijven gemakkelijker maken om dossiers in te dienen bij lokale besturen. Zodat ze dat niet telkens afzonderlijk moeten doen.

Al zouden de organisaties wel aan een aantal criteria moeten voldoen. Zo moeten ze een gemeenschappelijk reservatieplatform uitbouwen en gegevens van de gebruikers aan de overheid bezorgen. Daarmee kan die aan de slag in een onderzoek naar autodelen.

“Op eigen benen staan”

Daarnaast willen de drie parlementsleden dat de bekendste autodeelorganisatie in Vlaanderen Cambio “op eigen benen kan staan”. Ze vragen in de resolutie op te bekijken of Cambio (waarin de overheid nu nog participeert via de Vlaamse Vervoersmaatschappij, red.) geprivatiseerd kan worden. Op die manier willen ze “objectief en neutraal alle mogelijke spelers in Vlaanderen kunnen verwelkomen op basis van de waardevolle kennis die de participatie in Cambio de overheid opgebracht heeft”.

Tot slot moet volgens De Ridder, De Kort en Keulen ook de Vlaamse overheid zelf het goede voorbeeld geven en bekijken in hoeverre het haar wagenpark kan inzetten in autodeelsystemen.