“Acteren is een constante oefening in ontevredenheid”

Foto R. V.

Zo’n 8 jaar is er aan gewerkt, maar volgende week komt eindelijk ‘De Premier’ uit. In de nieuwste prent van Erik van Looy vertolkt Koen De Bouw de Belgische eerste minister die tot moord wordt gedwongen. Voor de George Clooney van de vaderlandse cinema was de actiethriller één van de laatste wapenfeiten op Belgische bodem. Op het einde van de maand steekt hij de Grote Plas over en begint hij aan een Hollywoodiaans avontuur.

Het diep gegroefde gezicht van De Bouw siert al decennialang de Belgische televisie- en bioscoopschermen en als je tegenover hem zit, lijkt er weinig te zijn dat hem nog van zijn stuk kan brengen. Toch bekent de acteur nog steeds onderworpen te zijn aan zelfkritiek en aangeboren twijfel. Gelukkig trof hij in ‘De Premier’ met Erik van Looy een compagnon de route aan.

Koen De Bouw: “Onze professionele relatie is al 25 jaar oud. Op de duur heb je dan nog maar een half woord nodig om elkaar te verstaan. We zijn de voorbije jaren ook allebei gegroeid in onze bekwaamheid en dat is een fijne weg om samen af te leggen.”

Erik zegt dat hij je nog nooit zo goed heeft zien spelen. Klopt dat?

“Dan zal hij misschien nog niet veel van mijn werk gezien hebben (lacht). Zelf heb ik daar geen mening over, want ik vind het nog altijd moeilijk om naar mezelf te kijken. Je kweekt wel de gewoonte om je stem te horen en je eigen gezicht op beeld te zien, maar ik blijf nog altijd heel kritisch naar mezelf kijken.”

Een rol spelen is de kunst van het weglaten

Jouw personage in ‘De Premier’ is de eerste minister van ons land, maar ook een vader en echtgenoot, die bedreigd wordt en een potentieel moordenaar is. Hoe combineer je als acteur al die verschillende facetten?

“Het is de kunst van het weglaten. Die facetten zijn zaken waarvan je je bewust moet zijn, maar die je niet noodzakelijk moet spelen. Het is een beetje zoals fietsen. Als je te veel nadenkt over hoe je moet fietsen, dan val je. Je mag geen demonstrateur worden van je kunsten, maar moet ten dienste staan van het verhaal.”

Hoe vertaalt zich dat naar de set?

“Ik vind het belangrijk om de onnozelaar te zijn, want het helpt mij om te focussen op het moment dat er ‘actie’ wordt geroepen. Het is namelijk heel vermoeiend voor een spier om voortdurend in spanning te staan. Die ultieme focus bereik je eigenlijk alleen maar door de momenten daartussen met iets volledig anders bezig te zijn.”

Benader je rollen anders dan in je begindagen?

“Ik denk dat ik nu beter kan observeren wat ik exact doe. Er komt heel wat intuïtief werk kijken bij acteren. Na verloop van tijd doet het ook eens goed om te reflecteren over de theorie achter je prestaties.”

“Het is een constante oefening in ontevredenheid. Je moeten erover waken dat je jezelf kritisch blijft bekijken. Dat je niet voldaan terugkijkt op elke scheet die je hebt gelaten. Niet zonder natuurlijk af en toe eens te ademen en tegen jezelf te zeggen: ‘Je hebt, binnen de omstandigheden die er waren, optimaal gepresteerd om het mooiste van jezelf te geven’.”

De beste Koen De Bouw, heeft die dan veel van je voorbeeld, de Amerikaanse acteur Buster Keaton? Je omschreef zijn stijl ooit als ‘stilstaand in een bewegend beeld’.

“Buster Keaton kon met heel weinig inspanning heel veel doen of laten zien. Je kan het vergelijken met mensen die graag gaan wandelen om de natuur te ontdekken. Ik neem gewoon het liefst een stoel mee, plaats die in het bos, zet me daar op neer en laat het bos wandelen en bewegen. Op beeld probeer ik dat te vertalen door de momenten te nemen als ze daar zijn. Als ik voortdurend alles invul, belet ik de toeschouwer om zelf iets in te vullen. Hoe leger je het laat, hoe meer plaats je maakt voor de verbeelding.”

Waar ligt er dan nog progressiemarge voor de acteur Koen De Bouw?

“Ik ben in de eerste plaats een mens en in dat opzicht liggen er nog heel veel mogelijkheden om beter te worden. Uiteindelijk ben ik als acteur een deelverzameling van alle facetten van mezelf. Al die lades en kastjes die je gaandeweg ontdekt, met mooie en lelijke dingen erin, en hoe je daar mee omgaat, dat is het proces dat je doormaakt als persoon en daar profiteer je van als acteur.”

Op het einde van de maand begin je in Amerika aan de opnames van ‘The Last Tycoon’. Hoe verhouden onze projecten zich met die grote producties?

“Wij bereiken eigenlijk hetzelfde niveau met minder middelen. Het is een beetje théâtre de la pauvreté. Vanuit de armoede zijn we extra creatief en realiseren we dingen waar men af en toe wel eens jaloers op is. En met grotere middelen dingen maakt men indrukwekkendere dingen, maar die zijn niet per se altijd beter.”

Je omschreef de Amerikaanse uitdaging ook al eens als ‘een bokser die telkens tegen sterkere tegenstanders wil vechten’.

“Het is voor mij een voorwaarde om het interessant te houden. Acteren is een ambacht, zeker als je een lange carrière voor ogen hebt en daar slaag je enkel in als je de mogelijkheden grijpt om te groeien en verfijnder te worden. Dat lukt me alleen maar bij de gratie van mijn tegenstanders.”

Xavier Vuylsteke de Laps