Eén dakloze op drie is minderjarig

Belga / S. Gremmelprez

Eén persoon op drie zonder thuis of dak boven het hoofd is minderjarig, meldt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. Een probleem dat zich niet zomaar laat oplossen, blijkt uit de reacties van politieke partijen N-VA en sp.a.

De statistieken over Vlaamse dak- en thuislozen bevatten pas sinds 2014 cijfers over minderjarigen. “Tot dan was de plek van het kind binnen het woondomein een blinde vlek”, licht de kinderrechtencommisaris toe. “Dit resulteerde ook in een beleid dat te weinig gericht is op kinderen en jongvolwassenen.” En het gevolg daarvan stemt niet gelukkig.

Van alle mensen in Vlaanderen die geen thuis hebben of de nachten onder de sterren moeten doorbrengen, is een derde nog geen 18 jaar oud. De vele huisuitzettingen in Vlaanderen zijn daar mee verantwoordelijk voor. In 2014 werden 12.958 procedures opgestart. De kinderrechtencommissaris ziet een belangrijke rol weggelegd voor de preventieve woonbegeleiding. Die zoekt naar een woonst en voorziet budgetbeheer, tips voor het onderhoud, etc. “De ondersteuning doet het aantal uithuiszettingen drastisch dalen en de kosten verbonden aan de dak- en thuisloosheid liggen zeven keer lager.”

Maar woonbegeleiding alleen is niet voldoende. Voorzitter van de commissie Wonen, Armoedebeleid en Gelijke Kansen Lorin Parys (N-VA) kaart ook het “structureel falen” van de sociale huurmarkt aan. “Weinig (middel)grote bedrijven investeren in de huurmarkt omdat het rendement te laag ligt, met als gevolg dat de markt in handen is van particulieren”, aldus de Vlaams volksvertegenwoordiger.

Er klinkt ook kritiek uit de hoek van oppositiepartij sp.a. “De rente staat historisch laag, met zeer beperkte bijdragen vanuit de begroting kunnen enorme bedragen worden vrijgemaakt om sociale woningen te bouwen”, stelt parlementslid Michèle Hostekint.