Hongaars referendum is een maat voor niets

Het referendum in Hongarije over het Europees spreidingsplan is op een sisser uitgedraaid. Slechts 45% van de kiezers kwamen opdagen waardoor het referendum ongeldig is.

“Vindt u dat de Europese Unie de macht moet hebben om te beslissen over de verplichte vestiging van niet-Hongaren in Hongarije, zonder daarbij het Hongaars parlement te raadplegen?” Dat was de vraag waarop de Hongaarse bevolking moest antwoorden tijdens het referendum. Het initiatief kwam van premier Viktor Orban (foto links) en zijn regering, die zwaar gekant zijn tegen het spreidingsplan van de EU, terwijl het land slechts welgeteld 1.294 vluchtelingen moet opnemen. Orban suggereerde eerder dat de meer dan een miljoen migranten die in Europa zijn aangekomen sinds vorig jaar zouden moeten uitgedreven worden naar een “groot eiland”.

Volgens de vicevoorzitter van de conservatieve regeringspartij Fidesz, Gergely Gulyas, namen slechts 45% van de kiezers deel aan de stemming. Dat is te weinig om geldig te zijn. Toch sprak hij van “een overweldigende zege” aangezien 95% van de stemmers het eens was met de regering.

“Gevaarlijk spelletje”

Dat betekent niet dat de Europese Unie nu opgelucht kan ademhalen, want Orban is niet van plan zich neer te leggen bij het spreidingsplan. “Orban speelt met een fundamenteel principe van de Europese Unie: hij betwist de geldigheid van de Europese wetgeving, waaraan Hongarije zelf heeft bijgedragen. Dat is een gevaarlijk spelletje”, hekelde de voorzitter van het Europees parlement Martin Schulz nog voor het referendum. Hij roept de leiders van de Europese lidstaten op om de premier de les te spellen. “Ze zouden aan hun collega’s moeten zeggen dat we niet op deze manier kunnen verdergaan. Solidariteit komt niet maar van één kant”, zegt hij.

De linkse oppositie in Hongarije vindt dat Orban moet opstappen, maar de kans dat hij dat zal doen is bijzonder klein.