David Goffin: “Ik kijk ernaar uit om voor een vertrouwd publiek te spelen”

©European Open

Het mannentennis in België zit opnieuw in de lift. Nadat we vorig jaar verrassend de finale haalden van de Davis Cup, ontpopte David Goffin zich in 2016 als wereldtopper en staat hij aan de poort van de wereldwijde top 10. Nooit stond een landgenoot hoger. In één van de meest gemondialiseerde sporten reist hij non-stop de wereld rond. Maar binnenkort is hij nog eens te bewonderen op eigen bodem, in een gloednieuw ATP-tornooi: de ‘European Open’ in Antwerpen. Metro kreeg de kans de timide tennisgod met felblauwe ogen te interviewen.

Hoe kijk je terug op je olympisch avontuur?
“De Spelen blijven uitzonderlijk: de sfeer, het Belgische team, de stadium,… Al ben ik natuurlijk wat ontgoocheld over het resultaat omdat ik me goed voelde en graag wat langer in het tornooi had gezeten. Maar tegen de Braziliaan (Belucci, red.) was het erg moeilijk gezien het nogal rumoerige publiek.”



Binnenkort schitter je in ons land op de Europen Open. Er zal ook een wereldrecordpoging plaatsvinden. Vertel.
“Ja, ter promotie van het tornooi installeren we een terrein voor het station van Antwerpen waar er meer dan 34 uur aan een stuk getennist zal worden. Ik ga het record zelf niet breken, dat doet Maxime Braeckman, maar ik kom zeker langs en zal misschien ook eens een balletje tegen hem slaan. ” (lacht)

Je leeft vaak een nomadenbestaan met reizen van de ene naar de andere kant van de wereld. Hoe ga je daarmee om?
“Er bestaan geen mirakels. De jetlag is voor iedereennogal zwaar. Vooral richting Oosten. Dus als ik naar Azië of Australië ga, dan vertrek ik meestal wat vroeger om voldoende te kunnen aanpassen. Ik doe ook wat luminotherapie om ’s ochtends meer energie te hebben.”

Je verblijft vaak in Monaco?
“Ja, ik heb daar een beetje mijn trainingskamp opgericht. Mijn tweede coach – Thomas Johansson – woont er, mijn fysiotherapeut komt uit Nice en Thierry (Van Cleemput, hoofdcoach) vliegt regelmatig over. Ik vind het daar ideaal trainen: het mooie weer, de relaxe manier van omgaan, de omgeving,… Dat vind je elders niet gemakkelijk. Daarnaast is de aanpassing vanuit België niet zo groot: onze culturen zijn verwant. En mijn familie is ook niet veraf.”

Je hebt het imago van een nogal timide jongen te zijn. Klopt dat?
“Ik heb altijd wat tijd nodig om mij aan een nieuwe situatie aan te passen. Als ik in TV-shows kom bijvoorbeeld, duurt het even voor ik mij kan laten gaan. Ik moet vertrouwen hebben in de personen rondom mij. Mijn familie en vrienden krijgen een heel andere David te zien. Iemand waarvoor humor zeer belangrijk is.”

Tennissers worden soms ingezet als modellen. Roger Federer heeft zijn eigen kledinglijn bij Nike, Nadal gaat uit de kleren voor Hilfiger, jij speelt nu met Asics en hebt een Piaget-horloge om de pols. Hoe reageer je sponsordeals?
“Ik kleed me graag mooi en vertegenwoordig graag merken waar ik me goed bij voel. Ik accepteer niet zomaar alles, het moet ook bij mijn imago passen. Toen Piaget mij vroeg, heb ik geen seconde getwijfeld. Ze hebben vrij traditionele maar erg stijlvolle horloges van topkwaliteit.”

Zou je, zoals Nadal, in ondergoed durven poseren?
“Waarom niet? Als dat voor een merk is waar ik me in kan vinden en als de foto’s stijlvol zijn, dan zou ik daar geen problemen mee hebben.”

Je traint nu ook regelmatig met die grote namen. Beschouw je ze als vrienden?
“Ze zijn stuk voor stuk erg sympathiek en ik vind het geweldig om tegen hen te trainen. Ik leer er zoveel van. Maar het blijven collega’s, geen vrienden. Want vroeg of laat moet ik tegen hen wedstrijden spelen en dan is het ieder voor zich.”

Je bent nu 25, bijna 26. De topleeftijd voor een atleet?
“Ik wil steeds evolueren. Mijn tennis is er de laatste jaren constant op vooruit gegaan. Ik ben 11e op de wereldranglijst geweest, heb al kwartfinale gehaald op een Grand Slam. Ik hoop zo verder te doen en dan zien we wel verder. Elke tennisser hoopt ooit een Grand Slam tornooi te winnen, maar ik leg mezelf geen druk op. Ik mik altijd op het hoogste, maar hou de voeten op de grond.”

Door Arne Rombouts