"Ik wou een horrorsprookje maken"

ean Cocteau zei ooit: “Cultiveer wat men je verwijt, want dat is je eigenheid”. Een tip die Tim Burton ter harte heeft genomen. Zijn hele jeugd kreeg hij te horen dat hij raar was, dus heeft hij er maar zijn job van gemaakt. Van ‘Edward Scissorhands’ tot ‘Beetlejuice’ en ‘Big Fish’, dankzij zijn vreemde films is hij uitgegroeid tot een van de bekendste regisseurs van zijn generatie. En na enkele teleurstellingen (‘Alice’, ‘Charlie’ en een overdosis Johnny Depp) is zijn nieuwste worp daar eindelijk weer een bevestiging van. Welkom in het huis van Miss Peregrine en haar ongewone kinderen…

Naar verluidt had Ransom Riggs, de schrijver van ‘Miss Peregrine’, jou al in gedachten voor de adaptatie van zijn boek, lang voor er zelfs sprake was van het project.



Tim Burton: “Dat wist ik niet! (lacht) Ik vond zijn boek meteen heel leuk. Zodra ik het opensloeg, zag ik dat er veel oude foto’s in stonden. Ik verzamel ook oude foto’s, maar niet zoveel als hij, en ik denk dat we dat om dezelfde reden doen: een foto vertelt een verhaal of het begin van een avontuur. Je verbeelding vult aan wat er ontbreekt.”

Had jij net als hoofdrolspeler Jacob een grootouder met wie je heel close was?

“Ja, mijn oma. Ik woonde bij haar toen ik klein was en ze was heel beschermend en vertrouwenwekkend. Ze gaf me eten en een dak boven mijn hoofd, en ze liet me vooral mezelf zijn in een heel belangrijke periode in mijn leven.”

‘Miss Peregrine’ gaat over het belang van anders zijn en van dat om te zetten in rijkdom. Is dat een belangrijke boodschap voor jou?

“Absoluut. Als kind vond ik mezelf niet raar, maar omdat ik van monsterfilms hield en graag op het kerkhof speelde, kreeg ik wel die stempel. En dat heeft me lang dwarsgezeten. Tot ik op een dag besefte dat ik daar voordeel uit kon halen. Nu maak ik dus zelf monsterfilms. Het heeft me de kans gegeven enkele van mijn helden, zoals Vincent Price en Christopher Lee, te ontmoeten. Wat begon als iets negatiefs, is dus uiteindelijk heel goed uitgedraaid. Iedereen voelt zich op een bepaald moment in zijn leven weleens anders. Met deze film wil ik aan alle kinderen zeggen dat het best oké is om jezelf te zijn. Ook al is dat soms moeilijk.”

Heb je iets gemeen met de speciale kinderen uit je film?

“Ja, in de zin dat het doodgewone kinderen zijn die door de samenleving als anders gezien worden. Maar het zijn eigenlijk metaforen. Zoals de jongen wiens vreemde dromen op de muur van het huis geprojecteerd worden. Films zijn in zekere zin ook vreemde dromen.”

Als je zelf een bijzonder kenmerk van een van de kinderen mocht kiezen, zou je dan liever brand kunnen stichten of onzichtbare monsters zien?

“Monsters zie ik al. (lacht). Je hebt geen idee hoe je eruit ziet in mijn hoofd!”

Waarom koos je Eva Green voor de rol van Miss Peregrine?

“Miss Peregrine is een soort van ‘Scary Poppins’. Ze heeft een wild kantje en kan veranderen in een vogel. En ik hou van vrouwelijke personages die niet zo nodig hun skills moeten bewijzen. Ze zijn wie ze zijn. Sterk, maar niet dankzij een man of vrouw. Het is gewoon hun manier van zijn. Daarom vond ik Eva perfect voor de rol. Ze heeft een schooljuf-air over zich… Ik wou dat ik zo’n juf had gehad. (lacht) Eva is geweldig en kan zowel humoristisch als dramatisch uit de hoek komen. Daarom werk ik zo graag met haar.”

Ik ben niet bang van monsters, maar van het normale leven!

Het huis van Miss Peregrine staat trouwens in België! Je hebt een deel van de film gedraaid in Torenhof, niet ver van Antwerpen. Hoe ben je daar terechtgekomen?

“Eerst heb ik een locatie gezocht in Engeland, waar ik woon en de meeste van mijn films draai. Maar ik vond de juiste plek niet voor het huis, dus gingen we op zoek in Frankrijk en België. Ik wou een gebouw dat echt op een huis lijkt en niet op een instelling of ziekenhuis. Iets excentrieks. Van zodra ik dit huis zag, verscheen de titel van het boek in mijn hoofd. Ik wist meteen dat het bull’s eye was. Er zaten veel teken en het was drukkend heet. Ik denk dat er net op dat moment een hittegolf in België was.”

Vroeger was het huis trouwens van een koekjesfabrikant. Hoe Burtonesk!

“Echt? Dat wist ik niet! Op het moment van de opnames stond het te koop. Ik wou het eigenlijk zelf hebben, maar iemand anders heeft uiteindelijk meer geboden.” (lacht)

Wat was de visuele inspiratie voor de monsters in deze film?

“De beschrijvingen in het boek. Het is een soort van sprookje, dus ik wou dat het lijkt op de nachtmerrie van een kind. Daarom zijn hun gezichten uitdrukkingsloos en hebben ze hun kleren nog aan. Ik wou een horrorsprookje maken.”

Waar ben jij bang van?

“Enge dingen in de traditionele zin van het woord jagen me niet echt schrik aan. Ik ben eerder bang van het ‘normale’ leven.” (lacht)

Is films maken jouw manier om je demonen te trotseren?

“Absoluut. Voor mij is films maken een erg dure vorm van psychoanalyse.” (lacht)

Wat zijn je volgende projecten? Komt het vervolg op Beetlejuice er eindelijk?

“Geen idee. Ik weet dat nooit op voorhand, zeker niet net na een opname… Twee projecten zijn geannuleerd en dat was vrij traumatiserend. Ik heb dus geleerd voorzichtig te zijn met aankondigingen te doen. Van zodra ik op de set sta, laat ik het je weten!”

 

Elli Mastorou