Brussel leent kunst van Centre Pompidou

Het museum voor hedendaagse kunst dat in de Brusselse Citroëngarage zal huizen, krijgt hulp van het vermaarde Franse Centre Pompidou. Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) en Serge Lasvignes, de voorzitter van het Parijse museum, hebben daarover een protocolakkoord ondertekend.

Met het Centre Pompidou heeft het Brussels gewest overigens een wereldvermaarde partner gevonden om het nieuwe museum uit te bouwen. Het is één van de meest vooraanstaande instellingen voor moderne en hedendaagse kunst met een collectie van 120.000 kunstwerken. Dat is een welgekomen opsteker, want de haalbaarheid van het project werd in twijfel getrokken toen staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA), die bevoegd is voor de federale musea, stelde dat ze het niet zag zitten dat de federale collectie van moderne kunst er tentoongesteld zou worden. Maar Vervoort zette vastberaden door, desnoods met private collecties of via samenwerking met andere musea. Al snel kwam Centre Pompidou in the picture.



De voorbije maanden werd het akkoord intensief voorbereid. Het Centre Pompidou zal niet enkel kunstwerken uitlenen aan het Brusselse museum, maar ook helpen bij de uitbouw van de collectie en zijn kennis delen over programmatie en het betrekken van jongeren. Zo zal het museum uitgroeien tot “een cultuurpool van wereldformaat”. Lasvignes is enthousiast om in het project te stappen. “Brussel is een symbool van Europa, dat vandaag nood heeft aan inhoud en baat kan hebben met een culturele dimensie”, zegt de Fransman.

De opening is voorzien voor 2020, maar in 2018 zal er al een eerste tentoonstelling lopen. Nog voor het einde van dit jaar wordt er een architectuurwedstrijd uitgeschreven voor de renovatie het gebouw. Aan het renovatieproject hangt een prijskaartje van 140 miljoen euro.