Sarah Ferri: "Zekerheid is een illusie"

Een afgesprongen platendeal, een helse zoektocht naar personeel en een computergestuurd orkest: de tweede worp van de Gentse Sarah Ferri was een zware bevalling. Het album gaat dan ook niet voor niets door het leven onder de toepasselijke titel ‘Displeasure’. Het is een prachtig relaas over vallen en opstaan en de eenzame momenten daartussen.

Na haar succesvolle eerste plaat ‘Ferritales’ was het voor de ravissante, half-Italiaanse Sarah Ferri evident dat de opvolger ook in kannen en kruiken zou komen. Dat draaide anders uit toen ze gepakt en gezakt met nieuw materiaal ging aankloppen bij Universal. Met de woorden ‘Een te grote stijlbreuk’ en ‘We willen een vervolg op je eerste plaat’ werd Ferri de laan uit gestuurd. Een keuze drong zich op: haar muzikale hart volgen of kiezen voor de financiële zekerheid van een platendeal. Het werd optie één, met alle gevolgen van dien.



Sarah Ferri: “Tijdens het maken van ‘Displeasure’ heb ik voor mezelf een hele droomwereld gecreëerd. Buitenlandse producers, een studio in Londen, een ingehuurd orkest: in mijn hoofd zag ik het al helemaal zitten. De ontgoocheling was dan ook groot toen ik ontdekte dat ik voor mijn tweede plaat niet het budget voor handen had waar ik op gerekend had. Dat was voor mij wel even een klap. Ik wist écht niet waar te beginnen.”

Maar je bent niet bij de pakken blijven zitten. Hoe ben je recht gekrabbeld?

“Met zeer veel tegenzin. Ik ben echt eraan begonnen met het idee: fuck, waar ben ik in godsnaam mee bezig? Het voelde voor mij aan alsof ik een mooi kleed wilde kopen, maar er het geld niet voor had. Bijgevolg ben ik zelf beginnen te naaien, ook al had ik er geen opleiding voor. Zo ben ik beginnen te klungelen met Garageband, een programma dat bij iedereen standaard op z’n computer staat. Al doende heb ik zo het spelplezier teruggevonden. Het uiteindelijke resultaat verschilt niet zoveel van de droomwereld die ik oorspronkelijk in m’n hoofd had. Dat was voor mij echt wel een overwinning, dat het me zo goed gelukt was.”

Vaak heb ik gedacht: ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig?’

In plaats van een orkest met livemuzikanten heb jij het moeten doen met een piano en een computerprogramma. Heeft dat veel technische moeilijkheden opgeleverd?

“Dat viel verrassend goed mee. De grootste moeilijkheid schuilt in het feit dat je tijdens het schrijven niet weet hoe complex je de muziek maakt voor de muzikanten die het uiteindelijk zullen spelen. Ik had bijvoorbeeld geen flauw idee wanneer ik op de piano overschakelde van cello op contrabas. Op de piano liggen die namelijk netjes op één rijtje. Achteraf is gebleken dat het allemaal gelukkig wel heel haalbaar was. Her en der is er een nootje veranderd, maar dat is het dan ook.”

De vrolijkheid op je vorige album heeft plaatsgemaakt voor een donkere tristesse. Hoe komt dat?

“Op mijn vorige plaat waren mijn teksten ook donker, alleen camoufleerde ik dat beter door er een vrolijk melodietje over te gieten. Die triestige, bluesy momenten heb ik altijd al gehad, maar nu durf ik er ook mee naar buiten te komen. Als artiest vang je ook een beetje de tijdsgeest. En als je even stilstaat bij wat er allemaal gebeurt in onze wereld… Europa krijgt serieuze klappen, de wereldmachten verschuiven. Dan zijn luchtige swingliedjes voor mij niet de juiste manier om dat gevoel om te zetten in muziek. Nu ja, dat is de goed doordachte uitleg als ik achteraf nadenk over de plaat. Eigenlijk ben ik gewoon mijn instinct gevolgd: ik heb geschreven wat er in mijn opgekomen is.”

Is het toevallig dat mislukking, eenzaamheid en afwijzing veelvoorkomende thema’s op de plaat zijn?

“Uiteraard heeft het hobbelige parcours tussen de start en de release van de plaat er wel een invloed op gehad, maar de nummers op zich waren al klaar voor dat hele circus begon. De songs zijn in zekere zin natuurlijk wel autobiografisch: ik neem veel op uit mijn omgeving en verwerk dat tot muziek. Maar dat hoeft daarom niet noodzakelijk over mijn eigen gevoelens te gaan. Ik schrijf wel graag over zulke thema’s, donkere emoties zijn voor een artiest heel dankbaar. Onlangs stootte ik op een filmpje van David Bowie waarin hij zegt dat je als kunstenaar de meest interessante dingen doet op de momenten dat het water je aan de lippen staat. Daar ben ik het roerend mee eens.”

Opvallend genoeg zing je nooit over spijt. Sta je, ook na zo’n hectisch jaar, nog steeds achter je keuze om je passie te volgen?

“Er zijn momenten geweest dat ik een bureaujob opnieuw begon te overwegen. Gewoon om even op mijn kilo te komen en mijn hoofd tot rust te brengen. Het muzikantenbestaan mag dan nog zo spannend zijn, iedereen heeft nood aan stabiliteit. En als je dat lange tijd niet hebt, begint dat wel door te wegen. Een plaat maken is ook een spelen op de lotto: je hebt vooraf geen flauw benul of je het geïnvesteerde geld gaat terugverdienen. En als je daar te veel over nadenkt, wordt een normale job verleidelijk. Al besef ik maar al te goed dat elke vorm van zekerheid per definitie berust op een illusie.”

 

Mare Hotterbeekx

‘Displeasure’ is vanaf 23/09 uit bij Gentlepromotions. Sarah ferre speelt op 07/10 in e AB te Brussel, op 12/10 in de Roma in Antwerpen en op 14/10 in de Handelsbeurs in Gent.