Vrouwen vangen vaker bot bij vraag om loonopslag

Dat vrouwen minder verdienen omdat ze minder snel om loonopslag vragen, is een fabel. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat vrouwen wel degelijk opslag vragen, maar vaker een ‘njet’ te horen krijgen.

Met de studie doorbreken de Australische universiteiten van Warwich en Wisconsin het veelgehoorde cliché dat vrouwen loongewijs minder vaak op hun strepen durven staan omdat ze nu eenmaal opgevoed zijn om braaf te zijn en goed te luisteren. Dit in tegenstelling tot mannen, die wel al van jongs af aan worden gestimuleerd om te ondernemen en te onderhandelen.

Voor het onderzoek werden 4.6000 werknemers uit een breed arsenaal aan bedrijven op de rooster gelegd. Om de verschillen tussen mannen en vrouwen deels weg te filteren, werd er enkel rekening gehouden met de antwoorden van personeel dat voltijds aan de slag is. En wat blijkt? Vrouwen die een gelijkaardige, voltijdse baan uitoefenen vragen minstens even vaak opslag als hun mannelijke collega’s. Alleen krijgen ze een nee te horen. Dat bewijst volgens onderzoeksleider Andrew Oswald dat er wel degelijk sprake is van een hardnekkige vorm van loondiscriminatie tegenover vrouwen.

Een opvallend detail is dat deze loondiscriminatie leeftijdsgebonden lijkt. Vrouwen en mannen onder de veertig jaar vragen en krijgen wél even vaak loonopslag. Het is pas boven de veertig dat de loonkloof zich duidelijk manifesteert.

Ook in ons land bedraagt het loonverschil tussen mannen en vrouwen gemiddeld 22%, per werkuur gaat het om een verschil van 9%.