90 procent van Vlaamse subsidies voor religies gaat naar katholieke kerk

90 procent van Vlaamse subsidies voor religies gaat naar katholieke kerk

90 procent van alle Vlaamse subsidies en toelagen voor erkende levensbeschouwingen gaat naar de katholieke kerk. Het gaat om 76 miljoen euro. Dat blijkt uit het eindwerk van drie studenten internationale researchjournalistiek waarover HUMO vandaag bericht. De studenten merken daarbij op dat slechts 62 procent van de Vlamingen zich tot die kerk rekent. De katholieke kerk krijgt dat bedrag uit gewestelijke, provinciale en gemeentelijke middelen, in de vorm van werkingstoelagen en vooral investeringen in het onderhoud van kerken en andere gebouwen. Behalve die 76 miljoen euro krijgen de verschillende levensbeschouwingen ook via de FOD Justitie middelen voor de salarissen van de bedienaren en lekenconsulenten. Maar de bevoegde dienst kan de subsidies niet uitsplitsen per geloofsovertuiging. De drie onderzoekers gaan ervan uit dat ook daar het leeuwendeel naar de katholieke kerk gaat.

De islam krijgt dan weer net geen 350.000 euro per jaar, nog minder dan de veel kleinere protestantse kerken. De onderzoekers wijzen erop dat veel moskeeën niet erkend zijn en een beroep doen op, vaak buitenlandse, sponsors. “Dat is relevant binnen het radicaliseringsdebat, als je bedenkt dat samen met dat geld ook radicale interpretaties en imams meereizen”, zegt onderzoeker Rembert Dembergh.



Het onderzoek van Liesbet Aerts, Rembert Dembergh en Anja Rampelbergh heet “Ketters betalen mee”. Ze verwijzen daarom naar de Duitse Kirchensteuer, waar alle kerken leven van de fiscale bijdragen van geregistreerde gelovigen. Wie geen lid is van een erkende kerk, betaalt geen Kirchensteuer. “Logisch en transparant, en precies het tegendeel van het Belgische systeem, waar de belastingplichtige geen enkele inspraak heeft”, aldus Debergh.

Zich laten ontdopen heeft geen impact op de financiering van de Kerk, merken de onderzoekers nog op. Ze pleiten voor “een systeem dat de mensen toelaat zelf de bestemming van hun levensbeschouwelijke bijdrage te bepalen”, zegt Rampelbergh.

bron: Belga