Het leven in Nederland wordt voor het eerst in dertig jaar goedkoper

Voor het eerst sinds 1987 is de inflatie in Nederland onder nul gedoken, naar min 0,3%. Het leven van onze noorderburen wordt dus iets goedkoper, maar een te lage inflatie wijst op een tanende economische groei.

Waarover gaat het?

Vorige maand daalden de prijzen voor goederen en diensten in Nederland met 0,3% ten opzichte van juli 2015, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekendgemaakt. Het CBS berekent de inflatie op basis van de waarde van een ‘mandje met boodschappen’, omdat de inflatie staat voor de kosten die mensen hebben aan hun levensonderhoud. De inflatie in Nederland werd vooral gedrukt doordat de huurprijzen minder snel stijgen. Maar ook voedingsmiddelen, autobrandstoffen en vliegreizen werden goedkoper.

“Nu is er wel iets bijzonders aan de hand”, aldus CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen aan ANP. “Een lage inflatie hangt vaak samen met grondstofprijzen zoals olie. Maar als je die producten buiten beschouwing laat, zie je dat de inflatie nog steeds erg laag is. Dat is iets dat we voor het eerst in decennia zien.”

Wat zijn de gevolgen?

Hoewel Nederlanders nu minder euro’s betalen voor eten en drinken, vervoer, benzine, gas en licht, is de negatieve inflatie geen goed teken voor de economie. Nederland kampt, net als de eurozone in het algemeen, al enkele jaren met een te lage inflatie, en dat is symptomatisch voor een langdurige daling van het prijspeil. Dat kan als gevolg hebben dat consumenten minder snel uitgeven. Als prijzen toch dalen, kan het goedkoper zijn om een aankoop uit te stellen, zo luidt de redering.

Hoe is de economische toestand in België?

Het contrast met de oplopende inflatie in ons land is opmerkelijk. In België bedraagt de inflatie in juli op jaarbasis maar liefst 2,28%. Dat betekent ook niet per se goed nieuws, want de hoge inflatie komt voornamelijk door overheidsmaatregelen. Een voorbeeld daarvan is de stijging van de elektriciteitsprijs door de Vlaamse energieheffing, beter bekend als de Turteltaks. Daardoor groeit vooral de staatskas, in plaats van de economie.