Biologen ontdekken nieuwe walvissoort in Alaska

Toen het 7,5 meter lange karkas van een onbekende walvis in 2014 aanspoelde voor de kust bij Alaska, stonden wetenschappers voor een raadsel. Na twee jaar onderzoek zijn de biologen zeker dat het om een nieuwe soort gaat. Ze spreken van een historische vondst.

Eerst dachten de onderzoekers dat het een zwarte dolfijn was, een soort spitssnuitdolfijn. Maar het vlees was te donker en de rugvin te groot. Bovendien was het beest te klein om al een volwassen zwarte dolfijn te zijn, maar waren zijn tanden versleten en vergeeld, wat tekenen van ouderdom zijn.

Nu zijn de onderzoekers erachter gekomen dat het om een nieuwe soort gaat. Dat schrijven ze in een onderzoek dat gepubliceerd werd in het wetenschappelijke tijdschrift Marine Mammal Science.

De wetenschappers vergeleken het karkas met museumexemplaren en het DNA met dat van walvissen in de nabijgelegen Zee van Ochotsk. Tot hun verbazing waren er weinig gelijkenissen.

“Het is erg opwindend dat we anno 2016 nog nieuwe zoogdieren van ruim zeven meter lang ontdekken”, vertelt auteur Phillip Morin, moleculair geneticus van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA). “Om een nieuwe soort te kunnen beschrijven, moet je bewijzen verzamelen, en dat is lastig bij een dier dat nog nooit levend is gezien.”

In een volgende fase hopen de biologen zo veel mogelijk te weten te komen over de mysterieuze dieren. “Het is wonderlijk dat zo’n grote walvis al die tijd ongezien in de oceaan heeft geleefd”, stellen ze. “Dat laat maar weer eens zien hoe weinig wij weten over de zeeën om ons heen.”

Foto NOAA