Kamasi Washington: “De saxofoon is een verlengde van mezelf”

Met ‘The Epic’ maakte de Amerikaanse 35-jarige tenorsaxofonist Kamasi Washington een van de absolute jazzplaten van 2015. In datzelfde jaar speelde hij eveneens een hoofdrol op ‘To Pimp A Butterfly’ van Kendrick Lamar. Maar ook live is de man een ware sensatie die stijlen met elkaar verbindt, zoals zijn optreden op Gent Jazz het afgelopen weekend nog maaar eens bewees.

We frissen snel het geheugen op. ‘The Epic’ is niet meteen een doorsnee release binnen de jazzwereld. De zeventien songs werden verdeeld over drie cd’s. Samen zijn ze goed voor 172 minuten superieure muziek waar je maandenlang zoet mee bent. Dat je er later nog jarenlang plezier van kan hebben, is mooi meegenomen.



Kamasi Washington: “Op het eerste gezicht is het natuurlijk commerciële zelfmoord om uit te pakken met zo’n grote hoeveelheid muziek in één keer. Maar ik weiger me neer te leggen bij het vluchtige karakter dat muziek anno 2016 wordt toegeschreven. Er bestaat wel degelijk een publiek dat wil luisteren. Je moet het alleen weten te vinden. Daarom ben ik zowat voortdurend aan het toeren, anders lukt het niet. En gelukkig zit ik op het Brainfeeder-label dat ook Flying Lotus huisvest. Dan weet je dat er ruimte is om buiten de lijntjes te kleuren.”

Je hebt je tijd genomen voor ‘The Epic’. Waarom duurde het zo lang om deze plaat te maken?

“Ik had gewoon geen andere optie. En zeven jaar is inderdaad lang, maar ik heb nog zoveel songs liggen dat het volgende album sneller klaar zal zijn. Elk noot die ik speel op ‘The Epic’ moest eerst zijn bestaansrecht afdwingen. Ik had enorm veel zin om te spelen en bleef gaandeweg oefenen om beter te worden. Het is een zeer intense rit geweest. Maar dankzij een gezonde dosis gedrevenheid en geloof in eigen kunnen heb ik alle obstakels kunnen overwinnen.”

Het was ook geen klein bier, als we naar het lijstje gastmuzikanten kijken.

“Het begon al met een ‘gewone jazzband’ van tien personen. Het werd nog leuker toen de strijkers mee aan boord kwamen. Dat waren er zo’n 32. Voeg daar nog een 20-koppig koor aan toe en je beseft maar al te goed dat het niet eenvoudig was. Ik was zo gelukkig toen de plaat eindelijk afgewerkt in mijn handen lag. ‘Like a kid in a candy store’. En de goesting om ze live overal ter wereld te brengen is er alleen maar groter op geworden.”

Kamasi WashingtonWas je als kind al verliefd op de saxofoon?

“Ik had eerst drums en piano gespeeld, maar besefte al op negenjarige leeftijd dat mijn muzikaal pad in de handen van een saxofoon lag. Mijn vader was zelf een grote jazzliefhebber met een uitgesproken voorliefde voor de klarinet. Aanvankelijk wilde hij me in die richting sturen. Maar hij is uiteindelijk toch overstag gegaan. Het instrument voelde meteen aan als een natuurlijk verlengde van mezelf en het opende een wereld naar de meest diverse muziekstijlen waardoor ik uiteindelijk ook ‘ethnomusicology’ gestudeerd heb.”

Had je als kind ook al die affiniteit met jazz?

“Zeer zeker. De legendarische drummer Art Blakey was mijn grote voorbeeld. Samen met zijn Jazz Messengers heeft hij mijn oren een master class in muziek gegeven. Het duurde ook niet lang voor ik al mijn tienervrienden tot Blakey had bekeerd. En gaandeweg merkte ik dat mensen best wel smaakten wat ik speelde. Ik let er namelijk altijd op dat ik een ervaring aanbied wanneer ik op een podium sta. Ik probeer mijn publiek zo goed mogelijk te observeren en pas dan gaandeweg mijn set aan. Op die manier kan je mooi laveren tussen vertrouwde en vernieuwende dingen die op het moment zelf ontstaan. Mensen voelen dan ook dat er daadwerkelijk iets gebeurt op een podium. Alleen op die manier kan je als muzikant boven jezelf uitstijgen.”

Door samen te werken met o.a. Kendrick Lamar, Flying Lotus of Thundercat kijk je natuurlijk verder dan gemiddelde jazzneus lang is. Ik kan me voorstellen dat het samenwerken met die mensen voor een uitdaging zorgt?

“Helemaal juist en anders zou ik het ook niet doen. Het zijn allemaal artiesten die de beste zijn in hun genre en dan moet je zelf ook diep graven om aan hun verwachtingen te voldoen. Ze dagen me zowel persoonlijk als muzikaal uit en op die manier kan ik de wereld ook vanuit een ander perspectief zien. Ik wil op zo’n moment echt iets bijdragen dat hun muziek weer een niveau hogerop brengt.”

Wat op ‘To Pimp A Butterfly’ bijzonder goed gelukt is.

“Het is Kendrick die alle lof verdient. Hij stelde zich helemaal open als mens en als muzikant. Dat gaf me alle vertrouwen. Hij weet hoe je een verhaal moet brengen en hoe je met woorden tot diep in het hart van de luisteraar kan doordringen. Wanneer je met zo iemand samenwerkt, leg je heel je hart en ziel in wat je speelt. Kendrick had trouwens de Grammy van Album of the Year moeten krijgen. ‘To Pimp A Butterfly’ is een historische plaat die een grote invloed zal hebben op wat er nog zal verschijnen.”

Achter de albumtitel ‘The Epic’ schuilt naar verluidt een heel verhaal.

“Het zou te lang duren om het in detail uit te leggen, maar het is het relaas van een droom over een bende krijgers die aan de voet van een berg leven. Ze proberen naar de top te klimmen maar worden steeds verslagen door een moedige en sterke poortwachter. Tot de laatste krijger oog in oog staat met de poortwachter, die voelt voor het eerst dat zijn tijd gekomen is. Hij voelt dat de krijger een goed hart heeft en vertrouwt op de toekomst. De jonge krijger laat de wachter in leven, maar het is duidelijk dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. De poortwachter beschermt de muziek die al is opgenomen terwijl de krijger net vat wil krijgen op dat roemrijke verleden om er dan zijn eigen muziekwetten op toe te passen. En zo weet je meteen waarom de eerste track op ‘The Epic’ ‘Change of the Guard’ heet. En ik voel me soms die jonge krijger uit die droom. Maar dan wel binnen een volledig vredevolle context.”

Dirk Fryns