Pomrad: “In mijn hoofd staat een flipperkast aan ideeën”

De ep’s ‘Vlotjes’ en ‘This Day’ van enkele jaren geleden leverden vergelijkingen op met Herbie Hancock, Flying Lotus of Hudson Mohawke. Op het net verschenen ‘Knights’ bewijst Pomrad – nom de plume van de 27-jarige Antwerpse producer en keyboardspeler Adriaan Van de Velde – dat hij verder kijkt dan zijn toetsen lang zijn.

Het resultaat is een eclectisch klinkende plaat met een rollercoaster aan stijlverwijzingen. Pomrad heeft zijn computersoftware bijzonder goed onder de knie, zo bewijst de cascade aan beats, riffs, gitaarinterventies en vingervlugge synthsolo’s. Gelukkig verliest hij de song nooit uit het oog en hangt er een poppy sluier boven ‘Knights’. Ook de stemmen van o.a. Selah Sue (‘A Million Ways’), Billie Bentein (‘Out Like A Light’) of Sylvie ‘Soldier’s Heart’ Kreusch (‘All We Got’) zorgen voor een warme gloed binnen dit sonisch bacchanaal.

Pomrad: “Je mag dan nog zeggen dat ik een man ben van veel uiteenlopende klanken, de menselijke stem blijft voor mij nog steeds het mooiste instrument. Een goed gekozen stem kan een song de juiste stemming of richting meegeven. ‘Knights’ is op zich toch een redelijk complex vormgegeven en met zorg geproducete plaat. De stemmen zorgen voor meer lucht. Dat is een richting die ik in de toekomst wil verkennen.”

Pomrad 1 © Thomas Switn SweertvaegherJe hebt je tijd genomen voor ‘Knights’.

“Klopt. Het moest simpelweg goed genoeg zijn. Onderweg heb ik heel wat zaken weggegooid. Dit is het resultaat van een lange zoektocht en de release voelt aan als het echte begin. Al weet ik nu zeker dat een opvolger niet zo lang op zich zal laten wachten. Ik weet nu veel beter wat ik wil en welke opties ik wil benutten. Mijn gedachten zitten al in de startblok van een tweede. Ik ben trots en tevreden over dit album. Maar het kan nog beter.”

Hoe probeer je de luisteraar bij de les te houden? Zestien tracks lang om de aandacht vragen is geen evidentie meer anno 2016.

“Daar ben ik me ook zeer goed van bewust. ‘Knights’ is misschien nog iets te veel een mixtape. En verder kan het nog beter qua productie en arrangementen. Of het echt uitpuren van een idee om zo de essentie over te houden. Dat zijn wegen die ik wil bewandelen en daar kijk ik ook naar uit. Ik ben echt fier op deze plaat en wil ze met plezier naar de buitenwereld toe verdedigen, maar je moet de lat gewoon hoger leggen voor de volgende worp. De volgende plaat hoor ik al in mijn dromen met een aan banden gelegde flipperkast aan ideeën. Ik ben er al mee bezig en het belooft voor mezelf alvast een boeiende en uitdagende trip te worden.”

Onderhuids blijf je toch een zeer organisch gevoel voeden. Hoe breng je dat live tot uiting?

“Het is leuk, leerrijk en boeiend om met de meest uiteenlopende software te werken. Maar op het einde van de rit wil ik er toch de ‘human touch’ in horen. Dat zorgt ook voor een sterkere connectie met je publiek. Ook live wordt het op die manier een heel ander verhaal. Vroeger deed ik alles alleen. Nu laat ik me flankeren door Senne Guns (cfr. Tomàn, Spinvis en zichzelf) op toetsen en Klaas De Somer (cfr. Tourist LeMC) op drums. Op die manier kunnen we de songs meer opengooien en wordt het ook boeiender voor het publiek. Kijk bijvoorbeeld naar Stuff. De manier waarop Lander (Gyselinck, drums) via zijn grooves de andere muzikanten inspireert of een bepaalde richting uitstuurt. Dan beleef je magie op een podium, zowel voor de muzikanten als voor het publiek.”

En dat met een keytar, de synth die je als een gitaar kan omgorden en je bewegingsvrijheid geeft als toetsenman. Ooit werd je naar de brandstapel verwezen wanneer je met zo’n keytar op het podium kwam. Jij staat er zelfs als een ridder mee op de hoes van ‘Knights’.

(lachend) “Ik beken. Een guilty pleasure met een zee aan mogelijkheden. Ik heb er nooit bij nagedacht. Ik heb het instrument in een opwelling gekocht. De eerste keer dat ik het live gebruikte, voelde dat zeer goed aan. Heerlijk toch om eens als een gitarist te spelen, ook al ziet het er fout uit. Weet je, het geeft het geheel ook een relativerende toets. Ik neem mezelf niet ernstig en hou heel veel van foute muziek. Al wil dat niet zeggen dat ik mijn muziek niet ernstig neem. Ik werk hard en gedreven aan de songs en wil ze zowel op plaat als live in de best mogelijke vorm presenteren. En er is nog een marge binnen wat je als fout kan bestempelen. Fout kan ook heel mooi en juist zijn. Denk maar aan de fusion uit de jaren 80 of bepaalde songs van George Benson of Prince. (lachend) Al heb ik daar nog geen echt onderzoek naar gedaan.”

Je hebt wel een thesis geschreven over improviseren en je bent als pianist afgestudeerd aan het conservatorium.

“Dat zijn tools die mijn kijk op muziek alleen maar kunnen verbreden en waar ik veel bruikbare zaken uit kan puren. Het laat me toe om zowel componist, arrangeur als producer te zijn. Als muzikant stop je nooit met leren. Je moet constant nieuwe invloeden laten binnenkomen om te kunnen evolueren. Ik ben thuis opgevoed met een mix aan klassieke muziek, jazz en Zappa en herinner me nog goed het moment dat ik als zesjarige voor het eerst ‘Purple Rain’ van Prince hoorde. Ik denk dat toen de blauwdruk werd gelegd voor mijn leven als muzikant. Ik ben Prince dan ook blijven volgen en hij wist me constant te verrassen.”

Dirk Fryns

Pomrad speelt op 01/07 op Couleur Café, op 14/07 op Dour, op 15/07 op Gent Jazz en op 11/08 op de Lokerse Feesten.