Oma en kleinkind hebben elkaar nodig

Grootouders en kleinkinderen spelen een centrale rol in elkaars bestaan. Oma en opa worden graag betrokken bij de opvoeding van de koters, maar dat wordt moeilijker door de steeds langer wordende loopbanen.

In je vroegste herinneringen staan je oma en opa vooral garant aan een lawine van koekjes, natte kussen op je wang en een goedgevulde enveloppe op 1 januari. Een nieuw onderzoek van de Gezinsbond heeft aangetoond dat er meer is dan dat. De band tussen grootouder en kleinkind bestaat niet enkel uit een aaneenschakeling van beleefdheden, maar drukt ook een belangrijke stempel op het leven van zowel het kind als de grootouder.



Het onderzoek bevestigt het cliché dat oma en opa gratis babysitters zijn. Bijna 80% van de grootouders helpt hun kinderen met de combinatie werk en gezin en 91% vangt hun kleinkinderen op als ze ziek zijn. “Op die manier geven ze ook familietradities door aan de jonge generatie”, zegt Christel Verhas, directeur sociaal-cultureel-werk en gezinspolitiek. Tegelijkertijd houdt het jong geweld de senioren alert en blijven ze zo dicht bij de leefwereld van de jongeren staan.

Het contact tussen grootouders en kleinkinderen staat wel onder druk door het verlengen van de werktijd. Ook afstand, de minder goede gezondheid van mensen op leeftijd of de echtelijke situatie van de ouders zorgen voor minder contact.