Loondiscriminatie nog niet van de baan

Volledige loongelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft voorlopig een utopie, zo blijkt uit het Loonkloofrapport 2016. Het bruto-uurloon van een vrouw ligt gemiddeld 8% lager dan dat van een man.

Een analyse van de jaarlonen zet die verschillen nog meer in de verf: op jaarbasis verdient een vrouw gemiddeld 21% minder dan een man. Dat verschil is vooral toe te schrijven aan het groot aantal deeltijds werkende vrouwen. «Door minder uren te werken, ligt het gemiddelde brutojaarloon van vrouwen veel lager dan dat van mannen», verklaart het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen. «Voor de helft van de deeltijds werkende vrouwen is de combinatie met het gezinsleven de belangrijkste reden om parttime te werken. Bij de mannen is dit slechts 26%.»

Toch is het deeltijds werk lang niet de enige verklaring voor de loonkloof. Ook typisch vrouwelijke functies zoals vroedvrouw en verpleegster worden nog steeds slechter betaald. En een analyse van de uurlonen leert dat vrouwen soms minder loon krijgen dan hun mannelijke collega’s in dezelfde functie.

Lichte verbetering
Ondanks die markante verschillen gaan we traag maar gestaag de goede kant op. In het vorige Loonkloofrapport, dat dateert van 2009, bedroeg het loonverschil tussen de twee geslachten nog 23%.

Volgens de studie, die zich baseert op cijfers uit 2013, is er vooral bij de hogeropgeleiden nog werk aan de winkel. Zo bedraagt de loonkloof in de luchtvaartsector bijvoorbeeld 33%. De verschillen op het vlak van extralegale voordelen zijn een ander belangrijk pijnpunt. De bijdragen voor aanvullende pensioenen liggen voor vrouwen gemiddeld 38% lager dan voor mannen. En ook de tussenkomst in het woon-werkverkeer ligt voor vrouwen gemiddeld 14% lager.